Samenwerking in de maatschap
De duur van de samenwerking in een maatschap wordt steeds langer. In ongeveer één vijfde van de samenwerkingen is de duur korter dan zeven jaar. Het percentage waarbij de samenwerking langer dan 16 jaar duurt is ongeveer even groot. De gemiddelde levensduur van de maatschap is 12 jaar. Een probleem van een lange samenwerkingsperiode is dat er spanningen kunnen ontstaan tussen de ouder en de opvolger.
Oorzaken spanningen
Oorzaken van conflicten tussen ouder en opvolger kunnen zijn:
- Onderlinge afhankelijkheid van de partijen.
Zowel de ouder als de opvolger moeten leven van het bedrijf. Het bedrijf loopt alleen goed als de samenwerking tussen de vennoten goed is.
- De partijen hebben verschillende uitgangsposities.
Dit kan voortkomen uit een verschil in belang, waarneming, opvatting of mening. Een voorbeeld is het management van het bedrijf. De ouders hebben het bedrijf altijd goed geleid en denken dat hun lijn van management de juiste is. De opvolger vindt hun manier van bedrijfsvoering juist ouderwets. Hierdoor voelen de ouders zich niet erkend in hun jarenlange inzet.
- Verschil in macht en recht tussen de partijen.
Dit heeft te maken met relaties tussen personen, bijvoorbeeld ouders die hun kind niet als gelijkwaardige volwassene kunnen zien. Of een opvolger die zich vanaf zijn jeugd achtergesteld heeft gevoeld ten opzichte van een andere broer.
In enkele gevallen kan dit ertoe leiden dat de maatschap moet worden ontbonden en dat de beoogde opvolger het bedrijf niet overneemt. Een goede maatschapsakte bevat ‘hoe te handelen’ in het geval dat de maten het niet met elkaar eens zijn. De akte wordt dan als leidraad gebruikt.
Bij het overlijden van de overdrager tijdens het bestaan van de maatschap kan het voortzettingsbeding in combinatie met het overnamebeding en het verblijvingsbeding ervoor zorgen dat de opvolger het bedrijf kan voortzetten.