Inloggen  |  UK  |  Fr  |  De
Zoeken:

Miljoenennota 2009: Arbeidsparticipatie en inkomensbeleid

Update 28 november 2008, de Tweede Kamer heeft de wetsvoorstellen op 25  november aangenomen  

Aan het eind van deze kabinetsperiode bereikt de babyboom-generatie de AOW-gerechtigde leeftijd. Volgens de overheid worden de kosten van de AOW en gezondheidszorg op de langere termijn onhoudbaar. Door vooruit te lopen op de toekomstige lastenontwikkeling, verwacht het kabinet een situatie te bereiken die wel houdbaar is. Met het belonen van ouderen die langer doorwerken (de doorwerkbonus) en het naar draagkracht vragen van een houdbaarheidsbijdrage, beoogt het kabinet de lastenontwikkeling onder controle te houden. In dit document vindt u een overzicht van plannen die te maken hebben met de werkgelegenheid en het inkomensbeleid.

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk.

Met een verruiming van de definitie van speur- en ontwikkelingswerk vindt een uitbreiding van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk plaats. De verruiming geldt voor de ontwikkeling van technische programmatuur waarbij gebruik wordt gemaakt van al bestaande componenten.

Invoering doorwerkbonus

Per 1 januari 2009 wordt de doorwerkbonus ingevoerd. De bonus wordt verstrekt aan werkende personen die aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar hebben bereikt, doch (aan het begin van het kalenderjaar) niet ouder zijn dan 66 jaar. De doorwerkbonus wordt gebaseerd op de doorwerkbonusgrondslag. De doorwerkbonusgronslag is het gedeelte van de arbeidskortingsgrondslag dat € 8.860 te boven gaat, maar bedraagt maximaal € 45.916. Daarnaast kent ieder levensjaar een eigen percentage.

Leeftijd:

61

62

63

64

65

66

Bonuspercentage:

5%

7%

10%

2%

2%

1%

Maximaal:

€ 2.295

€ 3.214

€ 4.591

€ 918

€ 918

€ 459

Koopkrachtpakket 2009

ww-premies

Vanaf 1 januari 2009 wordt de ww-premie voor werknemers afgeschaft (het werknemersdeel). Voor werkgevers wordt de ww-premie verlaagd (het werkgeversdeel).

Let op: Voorwaarde is wel dat de sociale partners meewerken aan een verantwoorde loonontwikkeling.

Heffingskortingen

Aanpassingen ouderschapsverlofkorting

Door verruiming van het ouderschapsverlof wordt ook de ouderschapsverlofkorting verhoogd. De voorwaarde dat de ouderschapsverlofkorting samen dient te gaan met de inleg in de levensloopregeling, wordt losgelaten. Om vanaf 1 januari 2009 in aanmerking te komen voor ouderschapsverlofkorting, wordt alleen gekeken naar het gebruik van het ouderschapsverlof.

Het ouderschapsverlof wordt met ingang van 1 januari 2009 verruimd met 13 weken naar 26 weken. De periode waarin het ouderschapsverlof wordt opgenomen wordt verlengd met 6 maanden naar 12 maanden. Daarnaast wordt de splitsingsmogelijkheid van 3 maanden op 6 maanden gesteld. Het staat werkgevers en werknemers vrij om al dan niet in het kader van een CAO andere afspraken te maken over de wijze waarop het verlof wordt opgenomen.

De verruiming van het ouderschapsverlof zal vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke regeling van toepassing zijn op alle ouders met een kind jonger dan 8 jaar, tenzij bij CAO een lagere leeftijd is afgesproken op grond waarvan het recht op ouderschapsverlof geldend kan worden gemaakt.

Verdwijnen combinatiekorting en introductie Inkomensafhankelijke combinatiekorting (ICK)

Per 1 januari 2009 verdwijnt de bestaande combinatiekorting en wordt de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (ICK) ingevoerd. Het kabinet wil zo werken aantrekkelijker maken voor alleenstaanden en minst verdienende partners. Uit diverse onderzoeken blijkt, dat met name vrouwen sterk reageren op een verandering in het besteedbaar inkomen. Het ICK wordt voor 2009 gemaximeerd op € 1.764.

Overzicht heffingskortingen 2008 en 2009

Heffingskortingen

2008

2009

Toelichting 2009

Algemene heffingskorting

2.074

2.007

Terugdraaien indexatie 2008 en verlagen met € 57

Arbeidskorting (IAK)

 

 

 

- maximaal lage inkomens

1.443

1.504

Indexeren en verhogen met € 3

- maximaal hoge inkomens

1.443

1.480

Indexeren en verhogen met € 12

Combinatiekorting

112

nihil

verdwijnt

ICK

 

 

 

- vast bedrag

746

770

Indexeren en verhogen met € 11

- opbouwpercentage

-

3,8%

Verhogen met 0,7%

- totaal maximum

-

1.764

Indexeren en verhogen met € 899

Alleenstaande ouderkorting

1.459

902

Indexeren en verlagen met € 582

Ouderenkorting

486

476

Indexeren en verlagen met € 19

Alleenstaande ouderenkorting

555

535

Indexeren en verlagen met € 30

Houdbaarheidsbijdrage

Vanaf 2011 gaat een zogenaamde houdbaarheidsbijdrage gelden voor personen die geboren zijn na 31 december 1945.
De bijdrage is het gevolg van het feit dat de bovengrens van de tweede tariefschijf niet volledig (maar voor 75% van de op basis van de tabelcorrectiefactor berekende mutatie) wordt geïndexeerd. Er vindt dan dus een verschuiving plaats van de tweede tariefschijf naar de derde tariefschijf. 

Tot de bovengrens van de tweede schijf van de inkomstenbelasting moet u ook premies voor de volksverzekeringen betalen, waaronder AOW-premie.
Doordat 65-plussers geen AOW-premie betalen, bestaat er voor 65-plussers een fors verschil tussen enerzijds het gecombineerde tarief inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen in de tweede schijf en anderzijds het tarief inkomstenbelasting in de derde schijf: dit verschil bedraagt in 2009 17,9%. In 2009 ligt de grens tussen de tweede en de derde schijf op € 32 127.
Voor mensen die jonger zijn dan 65 jaar, is het verschil tussen het tarief in de tweede schijf en het tarief in de derde schijf in 2009 verdwenen. Voor de groep belastingplichtigen onder de 65 jaar heeft de beperkte indexatie van de tweede schijf dus geen gevolgen.

Het komt er dus feitelijk op neer dat de door 65-plusser te betalen houdbaarheidsbijdrage overeenkomt met het tariefsverschil tussen de tweede en de derde schijf vermenigvuldigd met het inkomen dat extra gaat vallen in de derde schijf.

Onderstaande, aan de parlementaire geschiedenis ontleende, tabel geeft een indruk van de door het kabinet geraamde maximale bedragen als gevolg van de beperkte indexatie van de tweede schijf die van belastingplichtigen in de jaren vanaf 2011 zullen worden gevraagd.

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2020

2030

52

103

154

204

254

303

497

950

Aanpassing tarieven inkomstenbelasting en loonbelasting

Het tarief van de eerste schijf (tot € 17.878) wordt verlaagd met 0,10% naar 2,35%. Het tarief van de tweede schijf (tot € 32.127) wordt verhoogd met 0,15% naar 10,85%.

Fiscale verwerking EVC-procedure

De procedure Erkenning verworven competenties (EVC-procedure) mag vanaf 1 januari 2009 belastingvrij worden vergoed of verstrekt door de werkgever. Dit is vóór die tijd niet het geval. Door de EVC-procedure wordt inzichtelijk welke competenties een werknemer heeft en welke aanvullende opleidingen hij/zij nodig heeft.

Betaalt de werknemer zelf de EVC-procedure, en worden deze niet vergoed door de werkgever, dan kan de werknemer zijn de kosten in zijn aangifte inkomstenbelasting opvoeren als scholingskosten.

De al bestaande afdrachtvermindering EVC bedraagt een vast bedrag per procedure (€ 308 voor 2008) en niet, zoals de overige afdrachtverminderingen onderwijs, een bedrag per kalenderjaar. Op basis van de huidige regeling zou dat relatief kleine bedrag dan ook nog moeten worden verdeeld over de loontijdvakken. Mede daarom is in de Nota van Wijziging opgenomen dat de afdrachtvermindering EVC niet langer over de loontijdvakken van het kalenderjaar hoeft te worden verdeeld, maar deze afdrachtvermindering in één keer in zijn geheel in aanmerking kan worden genomen in het loontijdvak waarin de werknemer aanvangt met het volgen van de EVC-procedure of in het daaropvolgende tijdvak.

Uitbreiding fictieve onderworpenheid van in niet-verdragsland werkzame werknemers

In de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) is een bepaling opgenomen voor werknemers die naar het buitenland zijn uitgezonden en werkzaam zijn binnen het gebied van een Mogendheid waarmee Nederland geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten en die dat loon niet heeft onderworpen aan een belasting naar het inkomen. Wanneer deze werknemer daar langer dan drie aaneengesloten maanden werkzaam is en er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot een werkgever binnen Nederland, wordt dit loon (bij fictie) geacht te zijn onderworpen aan een belasting die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven. Daardoor is ter zake van dat loon het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 van toepassing. De bovenstaande bepaling wordt zodanig uitgebreid dat deze ook geldt voor werkgevers die zijn gevestigd in een andere EU-lidstaat.

Verruiming regeling voor vaste reiskostenvergoeding

In de Tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2009 is de regeling voor vaste reiskostenvergoeding in de Wet opgenomen en verruimd waardoor de regeling voortaan kan worden toegepast wanneer de werknemer op minimaal 60% van de werkdagen naar zijn vaste plaats van werkzaamheden reist. Door deze wijziging kan een werknemer tot twee dagen per week thuis werken met behoud van de onbelaste reiskostenvergoeding.

Aanpassing verhuiskostenregeling

De belastingvrije vergoeding voor verhuizingen in het kader van de dienstbetrekking gaat omhoog van € 5.445 naar € 7.750. Deze vergoeding komt bovenop de vergoeding voor de kosten van het overbrengen van de inboedel die in redelijkheid tot de vrije vergoedingen behoort. De voorwaarde dat dit deel van de vergoeding niet meer mag bedragen dan 12% van het jaarloon komt te vervallen.

Naast de verruimingen is het de bedoeling dat er ook een verscherping komt. De staatssecretaris wil immers de regeling zo aanpassen dat alleen nog de verhuizing van de werknemer die binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen de bestaande dienstbetrekking verhuist naar een woning binnen een afstand van 10 kilometer van de nieuwe plaats van zijn dienstbetrekking terwijl hij op een afstand groter dan 25 kilometer van deze plaats woonde, wordt beschouwd als een verhuizing die in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking heeft plaatsgevonden.
Voor de ondernemer en resultaatgenieter wordt de verhuizing voortaan alleen nog beschouwd als in ieder geval in het kader van de ‘onderneming’ te zijn gedaan, wanneer hij binnen twee jaar na de verplaatsing van de ‘onderneming’ verhuist naar een woning binnen een afstand van 10 kilometer van de nieuwe vestigingsplaats van de ‘onderneming’ terwijl hij op een afstand groter dan 25 kilometer van deze vestigingsplaats woonde.

 

GIBO Groep Accountants en Adviseurs
Als je bedrijf je leven is

Hoofdkantoor:
GIBO Groep Arnhem
Meander 261, 6825 MC
Telefoon (026) 354 26 00

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief

Heeft u vragen?
Neem contact met ons op.
Vraag hier brochures/folders over onze dienstverlening aan.
Contact met één van onze 60 vestigingen.