De werkgever van een overleden werknemer is verplicht de uitstaande vakantiedagen uit te betalen aan de erfgename, oordeelde de rechter onlangs.
De kantonrechter in Leeuwarden kwam tot dit oordeel naar aanleiding van een geschil tussen een vrouw en de voormalig werkgever van haar overleden echtgenoot. Deze werkgever wilde de zeven weken aan overgebleven vakantiedagen niet uitbetalen. De kantonrechter oordeelde echter dat het voor het recht op uitbetaling van overgebleven vakantiedagen niet uitmaakt op welke manier het arbeidscontract is gestopt. Er kwamen veel reacties op dit oordeel, vanuit verschillende belangenorganisaties.
Regeling per 1 januari 2012
Feit is dat per 1 januari 2012 - als de nieuwe vakantiewet ingaat - een medewerker überhaupt niet meer zoveel dagen kan opbouwen. De opbouw en het opnemen van vakantie bij ziekte of arbeidsongeschiktheid verandert, evenals de vervaltermijn van vakantiedagen. Tot nu toe gold dat een arbeidsongeschikte werknemer slechts vakantie opbouwde gedurende de laatste zes maanden tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid.
Vanaf 1 januari 2012 is deze beperkte opbouw van vakantierechten voor arbeidsongeschikte werknemers niet meer van toepassing en bouwen zij op dezelfde wijze wettelijke vakantiedagen als andere werknemers. U berekent het wettelijke vakantiesaldo door de wekelijkse arbeidsduur van de werknemer met vier te vermenigvuldigen. Iemand die 38 uur werkt, heeft dus recht op (4 x 38) 152 vakantie-uren (= 19 vakantiedagen).
Vakantie opnemen en vervaltermijn
De wet wijzigt ook als het gaat om het opnemen van vakantie tijdens ziekte. Voorheen lag het aan een afspraak tussen werkgever en werknemer hoeveel vakantiedagen er werden afgeschreven, hetgeen vaak tot discussies leidde. De wet regelt die informele afspraken nu standaard en stelt dat de gebruikte vakantiedagen volledig worden afgeschreven. Volledig opbouwen, betekent dus ook volledig gebruiken.
Vakantie nemen en uitrusten is in het belang van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van werknemers. Om te bevorderen dat ze daadwerkelijk hun vakantiedagen opnemen, is de wet veranderd. Hiermee komt een einde aan het opsparen van vakantiedagen tot de zogenoemde ‘stuwmeren’. Vanaf komend jaar bedraagt de vervaltermijn voor de wettelijke vakantiedagen zes maanden, in plaats van vijf jaar. Zijn ze binnen een half jaar na afloop van het vorige kalenderjaar niet opgenomen, dan vervallen deze vakantiedagen. Wel geldt er een uitzondering, wanneer een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om zijn minimumvakantie op te nemen. Jurisprudentie moet uitwijzen welke criteria hiervoor gelden.
Dit alles geldt niet voor vakantiedagen die vóór de wetswijziging zijn opgebouwd, daarvoor blijft vijf jaar gelden als vervaltermijn. Ook voor de bovenwettelijke vakantiedagen blijft de vervaltermijn van vijf jaar gelden.
Verlofsysteem aanpassen?
Dit betekent voor u als ondernemer een heleboel gedoe. Wij adviseren om ten eerste een goed verlofsysteem bij te gaan houden en de regeling goed te communiceren met uw werknemers. Van belang is om dit ook aan te passen in uw personeelshandboek. De P&O-adviseur van de GIBO Groep kan u hierbij verder helpen.