Als hoofdregel geldt dat u op bedrijfsmiddelen met een kostprijs van 450 euro of meer jaarlijks moet afschrijven. De kostprijs mag u niet in één keer ten laste van uw resultaat brengen. De totale afschrijving is het verschil tussen de kostprijs en de geschatte restwaarde. Die afschrijving moet u vervolgens verdelen over de verwachte levensduur.
In afwijking van de hoofdregel mag u onder strenge voorwaarden investeringen in bepaalde bedrijfsmiddelen op willekeurige wijze afschrijven. U zou dan bij wijze van spreken de gehele afschrijving in één jaar kunnen verantwoorden. Zoals bij de VAMIL-regeling (vervroegde afschrijving op milieubedrijfsmiddelen). Volgens deze regeling mag u willekeurig afschrijven op investeringen in bedrijfsmiddelen die minder belastend zijn voor het milieu én die voorkomen op de milieulijst van het ministerie van VROM. Die lijst wordt aan het begin van ieder jaar opnieuw vastgesteld. In deze nieuwsbrief berichten we geregeld over de VAMIL en de milieulijst.
Op VAMIL-investeringen, die u tussen 2011 en 2013 doet, kunt u maar voor 75% willekeurig afschrijven. Inmiddels is gebleken dat die maatregel een onbedoeld nadelig effect heeft bij investeringen in een VAMIL-gebouw. Denkt u daarbij vooral aan Groen Label kassen en duurzame stallen. Omdat (vooralsnog) een aanvullende regeling voor gebouwen ontbreekt, zou in die gevallen mogelijk de 25% reguliere afschrijving worden beperkt door de bodemwaarde die sinds 1 januari 2007 voor gebouwen geldt.
De staatssecretaris wil het probleem met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 verhelpen. Daarom heeft hij in zijn onlangs ingediende wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2011 geregeld dat in dit geval – naast de 75% VAMIL – ook de resterende 25% reguliere afschrijving niet wordt beperkt door de voor gebouwen geldende bodemwaarde.
Voorbeeld
Stel u investeert in januari 2011 voor € 1.111.111 in een door u zelf te gebruiken duurzame stal of groenlabel kas. Stel dat de restwaarde 10% bedraagt en dat de verwachte levensduur 25 jaar is. De totale afschrijving bedraagt dan € 1.000.000.
In dat geval geldt als hoofdregel dat u 75% van de totale afschrijving ofwel € 750.000 willekeurig kunt afschrijven. De overige 25% moet dan, uitgaande van een lineaire afschrijving, in 25 jaar worden afgeschreven. Dus jaarlijks € 10.000.
Máár: sinds 1 januari 2007 geldt een afschrijvingsbeperking voor gebouwen.
Bij gebouwen in eigen gebruik geldt een bodemwaarde van 50% van de WOZ—waarde. Stel de WOZ-waarde is gelijk aan de investering. De bodemwaarde is dan 50% daarvan, dus € 555.555.
Stel nu dat u in het eerste jaar de VAMIL volledig benut. Zonder de voorgestelde aanpassing van de regeling zou u dan niet ‘normaal’ kunnen afschrijven. De boekwaarde is immers door de VAMIL-afschrijving al gedaald onder de bodemwaarde.
Door de aanpassing die de staatssecretaris met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 voorstelt kunt u de reguliere afschrijving toch blijven toepassen. Dat betekent dat u ieder jaar € 10.000 regulier kunt blijven afschrijven ongeacht de vraag of de bodemwaarde al is bereikt. Na 25 jaar zal dan een restwaarde overblijven van € 111.111.
Voorgaande is opgenomen in een wetsvoorstel. Dat wetsvoorstel moet nog wel worden aangenomen en daarover houden we u vanzelfsprekend op de hoogte.
ad
Stel uw vraag of maak een afspraak