Welke sancties dreigen bij overtreding van de regelgeving rondom de toeslagrechten? Onlangs heeft staatssecretaris Bleker in een brief aan de Tweede Kamer hierover uitleg gegeven. Een heikel punt blijft de zware sanctie als er sprake is van opzet. Bleker legt in de brief niet exact uit wanneer er sprake is van opzet. Maar hij heeft wel een aantal situaties beschreven waarin opzet een rol kan spelen. Ook op het DR-loket wordt nog een nadere toelichting gegeven.
Opzettelijk onjuist aangeven van percelen
Een opzettelijk onjuiste aangifte van (de oppervlakte van) percelen kan komen doordat de landbouwer een perceel opgeeft, waarvan hij kan weten dat die geheel of gedeeltelijk niet subsidiabel is. Bijvoorbeeld doordat het in gebruik is voor bos, water, een paardenbak, een opslagplaats, als het om grond gaat die de landbouwer zelf niet in gebruik heeft of als de grond meer dan 90 dagen in het jaar niet-agrarisch wordt gebruikt. Ook een herhaling van dezelfde fout bij de opgave van percelen in een volgend jaar geldt als opzet, tenzij over de eerste fout nog een bezwaarprocedure loopt.
Er is geen sprake van een te hoge aangifte als de landbouwer voldoende subsidiabele grond heeft om zijn toeslagrechten te laten uitbetalen. Overigens kunnen genoemde situaties zich ook voordoen zonder dat er sprake is van opzet, de landbouwer moet dat zelf aannemelijk maken.
Sanctieregiem bij opzettelijk te hoge oppervlakte
Wanneer een landbouwer in een jaar opzettelijk te hoge aangifte van oppervlakte doet, krijgt hij in dat jaar de steun waarop hij aanspraak zou kunnen maken, niet toegekend. Deze uitsluiting volgt uit artikel 60 van verordening EG-1122/2009. Het verschil tussen aangegeven oppervlakte en de op basis van de regels geconstateerde oppervlakte moet meer dan 0,5% of meer dan 1 hectare bedragen.
Als het verschil echter groter is dan 20 procent, wordt bovenop de uitsluiting in het jaar van aanvraag, het voordeel dat een landbouwer van de opzettelijk verkeerde aanvraag zou hebben gehad als sanctie verrekend met de steun die hij in maximaal drie opvolgende jaren zou ontvangen. De tekst van de verordening spreekt in dat geval van ‘uitsluiting voor een bedrag gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met het verschil’. In de praktijk betekent dit dat in maximaal drie jaar nadat de landbouwer opzettelijk een foutieve opgave heeft gedaan, een sanctiebedrag wordt verrekend met de steun die hij in die jaren zou ontvangen. Dan betreft het ook andere subsidies dan alleen de bedrijfstoeslag.
Opzet in andere situaties
Ook bij niet-naleving van de cross-compliance voorwaarden (de randvoorwaarden GLB) kan er sprake zijn van opzet. De beoordelingscriteria hieromtrent staan in de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB. In principe geldt dan een korting van 20 procent, maar afhankelijk van onder andere ernst en omvang van de overtreding kan dat variëren van 15 tot 100 procent.
Ook bij andere subsidies dan de bedrijfstoeslag kan een opzettelijke overtreding leiden tot 100 procent uitsluiting. Bijvoorbeeld bij een beheersubsidie volgens het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer (SNL) of (P)SAN-subsidie. Maar ook bij andere subsidies in het kader van plattelandsbeleid. Dit is geregeld in de Beleidsregels verlagen subsidie POP2.