Voor de waardebepaling van verhuurde woningen kan sinds 1 januari 2010 in de sfeer van de inkomstenbelasting en de successiewet al worden aangesloten bij de WOZ-waarde. Die regels gelden – in ieder geval voor 2010 - ook in geval van duurzaam (niet-eindig) verpachte woningen.
Wettelijke regels verhuurde woningen sinds 1 januari 2010
Algemene regel
De waardebepaling van verhuurde woningen vindt sinds 1 januari 2010 zowel voor de inkomstenbelasting als voor de successiewet plaats op basis van de WOZ-waarde.
Waardedruk voor woningen onder de huurbescherming
Voor woningen die onder de huurbescherming vallen wordt rekening gehouden met een waardedruk.
De waarde van de woning wordt gesteld op een percentage van de WOZ-waarde (de zogenaamde leegwaarderatio). Die leegwaarderatio, is afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde.
De leegwaarderatio waarmee u rekening mag houden vindt u zowel voor de inkomstenbelasting als voor de successiewet in een uitvoeringsbesluit. Voor beide regelingen geldt het volgende:
|
Is de verschuldigde jaarlijkse huur als percentage van de WOZ-waarde
|
|
meer dan
|
maar niet meer
|
dan bedraagt de leegwaarderatio
|
|
0
|
1,0%
|
60%
|
|
1,0%
|
1,5%
|
64%
|
|
1,5%
|
2,0%
|
68%
|
|
2,0%
|
2,5%
|
72%
|
|
2,5%
|
3,0%
|
75%
|
|
3,0%
|
3,5%
|
79%
|
|
3,5%
|
4,0%
|
82%
|
|
4,0%
|
-
|
85%
|
Voorbeeld
Stel u verhuurt een woning met een WOZ-waarde van € 200.000 voor € 600 per maand. Dat komt overeen met een jaarlijkse huur van € 7.200 (en dus 3,6% van de WOZ-waarde).
U moet dan voor box 3 de woning waarderen op 82% x € 200.000 = € 164.000.
Ook wettelijke regel bij duurzame pacht op komst
Inmiddels heeft de staatssecretaris aangekondigd dat hij met vergelijkbare wettelijke regels zal komen wanneer sprake is van duurzaam verpachte woningen.
Vooruitlopend daarop heeft hij voor het jaar 2010 in een besluit van van 17 maart 2011, nr. BLKB2011/248M goedgekeurd dat aangesloten kan worden bij de al bestaande regels bij verhuurde woningen. Daarbij maakt hij wel nog expliciet de opmerking dat de goedkeuring alleen ziet op de waardering van woningen, niet die van bijgebouwen die zakelijk worden gebruikt.