Wie in land A woont en in land B werkt, is in Land B verzekeringsplichtig voor de sociale verzekeringen. Wie zowel in land B als in woonland A werkt, is – onder voorwaarden – verplicht verzekerd via het sociale zekerheidsstelsel van het woonland. Tot voor kort was het voldoende om één dag in de maand in het woonland te werken om daar verzekeringsplichtig te zijn.
Inmiddels is een nieuwe Europese verordening van kracht. Daarin is geregeld dat een werknemer substantieel in het woonland moet werken of inkomsten genereren om daar verzekeringsplichtig te zijn voor de sociale verzekeringen. Volgens de verordening moet iemand 25 procent of meer van de arbeidstijd in het woonland werken of 25 procent of meer van de inkomsten aldaar genereren, om verzekerd te zijn het woonland. Een werknemer kan er dus bewust voor kiezen om 25 procent of meer in het woonland te werken, zodat de sociale zekerheid daar van kracht is.
Meer werkgevers of meer landen?
Als een werknemer verschillende werkgevers heeft die gevestigd zijn in verschillende landen, dan is de sociale verzekeringsstelsel van het woonland van de werknemer van toepassing. Wanneer een werknemer voor één werkgever in twee of meer twee lidstaten werkt, is hij alleen verzekerd in zijn woonland als hij daar minimaal 25 procent van zijn arbeidsuren werkt of minimaal 25 procent van zijn inkomen daar verdient. Werkt hij minder dan een kwart van zijn arbeidsduur in het woonland of verdient hij daar minder dan een kwart van zijn inkomen, dan valt hij onder het sociale zekerheidsstelsel van het land waar de werkgever is gevestigd.
Detachering
Voor detachering geldt een uitzondering. Een werknemer, die sociaal verzekerd is in een lidstaat en door zijn werkgever wordt uitgezonden naar een andere lidstaat, kan via detachering verzekerd blijven in de oorspronkelijke lidstaat. De hiervoor geldende termijn wordt verlengd van twaalf maanden naar 24 maanden.
Transportsector
De afzonderlijke regels voor de transportsector komen te vervallen. Niet langer is de zetelvestiging van de werkgever bepalend, maar de algemene regel gaat gelden: de werknemer die 25% of meer in zijn woonland werkt, valt dus onder het sociale-zekerheidsstelsel van het woonland. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het transport.
Overgangsrecht
De werknemer kan in principe nog tien jaar onder het oude recht blijven vallen. Gedurende deze tien jaar kan de werknemer bij gewijzigde of veranderde omstandigheden alsnog een keuze maken voor het nieuwe recht. Er geldt dan echter geen terugwerkende kracht. Werkgevers krijgen dus met de verschillende wensen van werknemers te maken en moeten daarmee rekening houden.
TIP
De nieuwe verordening heeft ook effect op de sociale verzekeringsplicht van de directeur-grootaandeelhouder, die zowel in Nederland als in België werkt. Het voert te ver om hierover in detail een toelichting te geven. Verkeert u in een dergelijke specifieke situatie en heeft u vragen? Neem dan contact op met uw adviseur voor nadere informatie.