Om in aanmerking te komen voor een aantal ondernemersfaciliteiten moet een ondernemer voldoen aan het zogenaamde urencriterium. Dat geldt ook voor de zelfstandigenaftrek.
De hoofdregel is dat u als ondernemer in het jaar minimaal 1.225 uur – voor zwangere onderneemsters geldt een tegemoetkoming – moet besteden aan de onderneming. Ook moet u (behalve als u startende ondernemer bent) meer tijd besteden aan uw eigen onderneming(en) dan aan andere dienstbetrekkingen en/of werkzaamheden.
Verricht iemand binnen een ongebruikelijk samenwerkingsverband met een verbonden persoon (bijvoorbeeld echtgeno(o)t(e) of kind) werkzaamheden die hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn, dan mogen die uren niet meegeteld worden voor het urencriterium.
Deze beperkende voorwaarde kwam onlangs aan de orde in een rechtszaak. Mevrouw X oefende samen met haar echtgenoot in maatschapsverband een tandartspraktijk uit. De echtgenoot was tandarts van beroep. Mevrouw X was gerechtigd tot 35% en mijnheer X tot 65% van het resultaat van de maatschap.
In 2002 verrichtte mevrouw X de volgende werkzaamheden voor de tandartspraktijk:
- gemiddeld 20 uur per week: assisteren bij tandheelkundige verrichtingen
- gemiddeld 10 uur per week: werkzaamheden met betrekking tot het financiële beheer
- gemiddeld 4 uur per week: werkzaamheden met betrekking tot de patiëntenadministratie
- gemiddeld 1 uur per week: volgen van lezingen en het bijhouden van vakontwikkelingen
- gemiddeld 1 uur per week: feedback actualiteiten
- gemiddeld 1 uur per week: besluiten over en beoordelen van nieuwe investeringen voor de praktijk
Volgens de rechtbank en later ook het hof van Arnhem had de inspecteur terecht de door mevrouw X geclaimde zelfstandigenaftrek geweigerd. Het samenwerkingsverband tussen X en haar echtgenoot was ongebruikelijk én de werkzaamheden van X waren, met uitzondering van de door haar gegeven fluorbehandelingen, van ondersteunende aard.