Het scheuren van grasland op zand- en lössgronden is toegestaan tot en met 10 mei, onder de voorwaarde dat u na het scheuren een relatief stikstofbehoeftig gewas inzaait. Indien u na het scheuren opnieuw gras inzaait, mag dit nog tot en met 31 mei. Na 10 mei is het ploegen van grasland op zand- en lössgronden om vervolgens snijmaïs in te zaaien dus niet toegestaan.
Op klei en veengronden gelden andere regels. Daar mag u grasland scheuren tot en met 15 september, eveneens onder de voorwaarde dat u aansluitend een stikstofbehoeftig gewas gaat telen. Indien u na het scheuren wilt bemesten, dan moet u zich daarbij houden aan het bemestingsadvies, gebaseerd op de analyseresultaten van een representatief bodemmonster van het perceel (graslandvernietigingsmonster).
Eisen aan bodemanalyse
• De bodemanalyse is uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium.
• De bodemanalyse geeft inzicht in de aanwezige minerale stikstof.
• De bodemanalyse geeft aan wat de te verwachten mineralisatie is gedurende het groeiseizoen.
• Het bodemmonster wordt zo laat mogelijk genomen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de beschikbare minerale stikstof.
• Voor de herinzaai van grasland moet u een monster steken in de bovenste 20 centimeter van de bodem.
• Op kleigrond en zand- of lössgrond wordt in het monster de totale hoeveelheid stikstof bepaald. Hierop wordt het stikstofleverend vermogen bepaald, wat de basis is voor het bemestingsdadvies.
• Voor veengrond wordt het stikstofleverend vermogen bepaald op basis van het ontwateringspeil.