De Hoge Raad heeft zich uitgesproken over het bepalen van de hoogte van de ontslagvergoeding. De uitspraak kan gunstig uitvallen voor werkgevers.
Het oordeel van de Hoge Raad is van belang voor ontslagtrajecten via UWV Werkbedrijf. Wanneer een werkgever een ontslagvergunning krijgt van het UWV en een werknemer zonder vergoeding ontslaat, kan de betreffende werknemer naar de kantonrechter stappen om alsnog een ontslagvergoeding te eisen wegens ‘kennelijk onredelijk ontslag’ of een schadevergoeding. Veel kantonrechters hanteerden voor het bepalen van de hoogte van de alsnog opgelegde vergoeding de ‘XYZ-formule’. Deze formule berekent de vergoeding op basis van het aantal dienstjaren, het laatstverdiende salaris en een correctiefactor.
Altijd bijzondere omstandigheden
Het hof bepaalt nu dat er geen algemene formule mag worden toegepast, omdat het altijd om bijzondere omstandigheden gaat. Een formule geeft alleen een algemene weging van bepaalde factoren aan. De rechter moet volgens het hof nauwkeurig in zijn uitspraak verantwoorden welke omstandigheden en factoren de hoogte van de vergoeding bepalen.
Ondernemingen die ondanks een slechte financiële situatie wel een ontslagregeling hebben aangeboden (hoe minimaal ook, bijvoorbeeld 10% aanvulling op de WW-uitkering gedurende een aantal maanden) hebben goede kans niet alsnog een ontslag- of schadevergoeding te moeten ophoesten.
Na ontslag via het UWV naar de rechter stappen wegens kennelijk onredelijk ontslag gebeurt in de praktijk niet vaak. Het kan voor de werknemer een kostbare procedure zijn en rechtsbijstandverzekeringen zien ook niet altijd heil in zo’n proces. Als er evident sprake is van kennelijk onredelijk ontslag of als een schadevergoeding daadwerkelijk gepast is, ligt een procedure wel voor de hand.
Steeds meer maken de werkgever en werknemer bij de beëindiging van een dienstverband gebruik van een vaststellingsovereenkomst.
Vragen over ontslag? Mail naar salarisenpersoneel@gibogroep.nl