De regels rondom de registratie van schapen en geiten zijn gewijzigd. Vanaf 1 januari 2010 is een I&R-systeem operationeel voor schapen en geiten. Hierin moeten alle dieren individueel worden opgenomen. Als gevolg hiervan moeten ook inschaarders van schapen rekening houden met de nieuwe regels.
Inscharen van schapen
Vanaf 1 januari 2010 is het ook verplicht dat ingeschaarde schapen op het UBN-nummer van de inschaarder staan geregistreerd. Iedere inschaarder (ook niet-veehouders) moet over een UBN-nummer beschikken en alle voorkomende situaties, zoals aan- en afvoer, geboorte, slacht, sterfte per dier tijdig registreren. Tot eind 2009 bleven uitgeschaarde dieren meestal bij de eigenaar op zijn UBN-nummer geregistreerd staan. De inschaarder was overigens al wel verplicht het inscharen van deze dieren in de administratie op te nemen.
Voor de uitschaarder betekenen de nieuwe regels, dat elk individueel uitgeschaard dier afzonderlijk afgemeld en bij terugkeer weer aangemeld moet worden. Er hoeft geen bedrijfsregister meer te worden bijgehouden, omdat deze verplichting na de invoer van het I&R-systeem is vervallen.
Degenen die een UBN-nummer hebben waarop geen schapen geregistreerd kunnen worden, moeten hun UBN-registratie wijzigen. Dit kan via ‘Mijn dossier’ op het LNV-loket.
Alternatief: grond uit gebruik geven
In een aantal gevallen is het eenvoudiger om de grond, waarop de schapen worden ingeschaard, tijdelijk uit gebruik te geven aan de schapenhouder. Deze grond wordt dan aan bedrijf van de schapenhouder toegevoegd, waardoor de schapen op het UBN-nummer van de schapenhouder geregistreerd kunnen blijven staan. De mestproductie komt dan voor rekening van de schapenhouder.
Grondoverdrachten vanaf 1 november en tot en met 15 mei hoeven niet te worden gemeld. Buiten deze periode moeten overdrachten altijd bij DR worden gemeld. Het uit gebruik geven van grond in de periode van 15 mei tot 1 november kan wel consequenties hebben voor derogatie, gebruiksruimte mest of andere subsidies.