De Tweede Kamer behandelt de wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). In de wetswijziging is onder meer een registratieplicht opgenomen voor ‘intermediairs die arbeidskrachten ter beschikking stellen’. Ook is in de wetswijziging geregeld dat de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie gegevens mogen verstrekken over de naleving van bepaalde wetten aan certificerende instellingen.
Achtergrond wetsvoorstel
Om fraude in de uitzendbranche te bestrijden, heeft de overheid een pakket aan maatregelen getroffen. Zo is per 1 januari 2010 de aansprakelijkheid ingevoerd van inleners voor de betaling van het loon ter hoogte van het wettelijk minimumloon en minimum vakantiebijslag. Het nu ingediende wetsvoorstel maakt ook deel uit van het maatregelenpakket. Het voorstel valt in feite in twee delen uiteen, te weten de registratieplicht en de mogelijkheid van gegevensuitwisseling tussen enerzijds de Belastingdienst en Arbeidsinspectie en anderzijds de certificerende instellingen. Doel van de voorgestelde registratieplicht is
-
het verhogen van de transparantie van de markt,
-
het versterken van het zelfreinigend vermogen van de branche en
-
het versterken van toezicht en handhaving.
Uitzendonderneming
De registratieplicht als ‘uitzendonderneming’ geldt voor elke onderneming die zich bezighoudt met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De precieze definitie hiervan luidt: ‘het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht of leiding anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst verrichten van arbeid’. Er zijn drie uitzonderingen:
-
Het ten behoeve van een geleverde zaak of tot stand gebracht werk ter beschikking stellen van arbeidskrachten*;
-
Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten – bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk – die bij degene die hen ter beschikking stelt, ten behoeve van arbeid in diens onderneming in dienst zijn;
-
Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het verrichten van arbeid in een andere onderneming van dezelfde ondernemer die ook het uitzendbureau runt waar ze in dienst zijn.
* Voor het nieuwe voorgestelde artikel 14b WAADI wordt bepaald dat onder ter beschikking stellen van arbeidskrachten ook wordt verstaan het ter beschikking stellen van arbeidskrachten ten behoeve van een geleverde zaak of tot stand gebracht werk.
Let op: het begrip ‘ter beschikking stellen’ is in de WAADI een minder ruim begrip dan volgens artikel 34 van de Invorderingswet 1990. De feiten en omstandigheden zijn bovendien doorslaggevend voor de beoordeling of er sprake is van ter beschikking stellen van arbeidskrachten.
De definitie van het begrip ‘uitzendonderneming’, zoals hiervoor weergegeven, houdt in dat niet alleen ‘echte’ uitzendondernemingen zich als zodanig moeten registeren. Ook ondernemingen die in een heel andere sector of branche actief zijn, maar (wel eens) personeel ter beschikking stellen, vallen onder de definitie en moeten zich dus ook laten registreren.
Het probleem blijft dat het in de praktijk lastig is om onderscheid te maken tussen het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk. Momenteel worden veel procedures gevoerd over de beschikkingen aansprakelijkstelling op basis van de inleners- en ketenaansprakelijkheid waarbij de vraag speelt hoe de relatie dient te worden gekwalificeerd; aanneming van werk of inlening van personeel (ter beschikking stellen van personeel).
Doorlening
Bij ‘doorlening’ kunnen alle partijen die deel uitmaken van de keten worden beboet, als blijkt dat de uitzendonderneming of de doorlener niet geregistreerd is als uitzendonderneming.
Sanctie
De Arbeidsinspectie moet toezien op de handhaving van de registratieplicht. De inspectie voert al de controles uit op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet minimumloon en minimum vakantietoeslag. Bij het niet voldoen aan de registratieplicht kan de Arbeidsinspectie een boete opleggen aan de uitzendonderneming én ondernemers die gebruik maken van de diensten van deze onderneming.
Bij het vaststellen van de hoogte van de boete geldt het evenredigheidsbeginsel als uitgangspunt. De hoogte van de boete hangt onder meer af van:
-
De ernst van de overtreding, de mate waarin deze gevaar oplevert voor te beschermen maatschappelijke belangen.
-
Het teniet doen van het voordeel dat is behaald.
-
Doorbreking van een patroon van overtredingen.
-
De draagdracht, de impact van de straf op de persoon of bedrijf.
Afhankelijk van om hoeveel werknemers het gaat, kan de boete oplopen. De maximale boete per feit bedraagt 76.000 euro. In de nog te op te stellen beleidsregels wordt bepaald dat de boete per individueel geval (= per werknemer) 12.000 euro bedraagt. Gaat een overtreder binnen vijf jaar opnieuw over de schreef met eenzelfde overtreding, dan wordt de boete verdubbeld. Dat geldt zowel voor de uitzendonderneming als voor de inlener. Wordt eenzelfde overtreding meer dan één keer in de vijf jaren vastgesteld, dan wordt de boete verhoogd met 200 procent. Bovendien krijgt de rechter de mogelijkheid om de boete in (hoger) beroep nog hoger vast te stellen!
De inlener kan een boete ontlopen, als hij aannemelijk kan maken dat op het moment waarop de overeenkomst met de uitzendonderneming is aangegaan, het uitzendbureau was geregistreerd.
TIP: Het is dus van belang dat u – bij het aangaan van een contract met een bedrijf dat personeel ter beschikking stelt – niet alleen nagaat of het bedrijf is geregistreerd, maar dat u daarvan een bewijs maakt en bewaart. Inleners die zaken doen met een gecertificeerde ondernemingen, hoeven niets te doen. Alleen geregistreerde ondernemingen kunnen namelijk een certificaat krijgen.
Gegevensverstrekking
Ook wordt in dit wetsvoorstel een wettelijke basis gecreëerd voor de informatieverstrekking door de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst aan de inspecterende instellingen van de NEN norm 4400. Alleen de informatie die van belang is voor de controle op de naleving van het certificaat noodzakelijk is, wordt verstrekt.
De informatie die uitgewisseld gaat worden, wordt uitgebreid. De Arbeidsinspectie gaat informatie verstrekken over overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet minimumloon en -vakantiebijslag en het niet meewerken aan verzoeken van medewerking toezichthouders (artikel 5:20 Awb). De Belastingdienst gaat volgens het voorstel informatie verstrekken over het niet tijdig doen van aangiften btw en loonheffingen, het niet (tijdig) betalen van de aangiften btw en loonheffingen en het opleggen van naheffingsaanslagen met boete.
Alleen informatie over een bedrijf dat beschikt over een geldig certificaat mag worden verstrekt. Vooralsnog wordt niet verder in de tijd teruggegaan dan twaalf maanden; deze periode is gelijk aan de periode die er maximaal ligt tussen twee inspecties op grond van het certificaat. De inspecterende instelling moet vervolgens op basis van de ontvangen informatie op korte termijn zelfstandig een onderzoek instellen of het certificaat ingetrokken moet worden.
Tot slot
Alle ondernemingen die zich bezighouden met het ter beschikking stellen van personeel, kwalificeren zich als uitzendonderneming. Dat betekent dat zij zich dus als zodanig moeten laten registreren dan wel de gevolgen moeten aanvaarden als zij dit nalaten.
Gelet op het doel van de voorgestelde wijziging – de bestrijding van malafide uitzendbureaus – is GIBO Groep/Flynth van mening dat de voorgestelde wijziging te ruim is geformuleerd. Er ontstaat een ruime mate van ‘overkill’ in deze voorgestelde wetgeving, maar of dat nog wordt aangepast of veranderd moet blijken bij de parlementaire behandeling van het voorstel.