Op Prinsjesdag heeft het kabinet de volgende vijf fiscale wetsvoorstellen ingediend.
-
Wetsvoorstel Belastingplan 2012
-
Wetsvoorstel Geefwet
-
Wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief
-
Wetsvoorstel Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen
-
Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012
De maatregelen die in de verschillende wetsvoorstellen zijn opgenomen moeten leiden tot een eenvoudiger stelsel, een bijdrage leveren aan het herstel van de overheidsfinanciën (door solide belastinginkomsten) en moeten belastingfraude bestrijden.
We hebben voor u de volgende uitsplitsing gemaakt:
Hieronder vindt u een samenvatting van de voorgestelde aanpassingen die betrekking hebben op zowel ondernemers als particulieren. Inmiddels zijn in de tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2012 aanpassingen voorgesteld in het kader van de werkbonus en in het kader van het overgangsrecht rond de (afschaffing van de) levensloopregeling. Deze voorgestelde aanpassingen zijn verwerkt in dit artikel. Tevens is rekening gehouden met het feit dat het spaarloontegoed al per 1 januari 2012 kan vrijvallen.
1. Minder belastingen
Er worden binnen twee jaar volgende zeven belastingen afgeschaft.
Afgeschaft per 1 januari 2012
-
Afvalstoffenbelasting
-
Grondwaterbelasting
Afgeschaft per 1 januari 2013
-
Belasting op pruim- en snuiftabak
-
Belasting op alcoholvrije dranken
-
Belasting op leidingwater
-
Verpakkingenbelasting
-
Eurovignet
Terug
2. Vitaliteitspakket
2.1. Inleiding
Het al eerder aangekondigde vitaliteitspakket wordt geleidelijk ingevoerd over de jaren 2012 en 2013. Hieronder vatten wij voor u de fiscale aspecten van de vitaliteitsregeling kort samen.
Het kabinet stelt een drietal nieuwe fiscale maatregelen voor die in de plaats komen van een viertal bestaande regelingen.
Nieuwe fiscale maatregelen:
-
Werkbonus voor 62-plussers (2013);
-
Vitaliteitssparen (2013);
-
Extra stimulering scholing (2013).
Af te schaffen regelingen:
-
Arbeidskorting voor ouderen (2012);
-
Doorwerkbonus (2013);
-
Spaarloonregeling (2012);
-
Levensloopregeling (2013).
Om de arbeidparticipatie te bevorderen moet (meer) werken ook lonen. Om dit te bewerkstelligen heeft het kabinet het Vitaliteitspakket uitgewerkt.
Terug
2.2. Vervangen arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus door werkbonus
Op dit moment worden ouderen door twee fiscale regeling gestimuleerd om langer door te werken. Het gaat hierbij om de additionele arbeidskorting voor werkenden die 58 jaar of ouder zijn en de doorwerkbonus voor werkenden die 62 jaar of ouder zijn.
In 2012 komt de arbeidskorting voor ouderen geheel te vervallen. Daarnaast wordt het percentage van de doorwerkbonus aangepast.
|
|
2011
|
2012
|
2013: recht op Werkbonus?
|
|
Het jaar dat je 62 wordt
|
5%
|
1,5%
|
Ja
|
|
Het jaar dat je 63 wordt
|
7%
|
6%
|
Ja
|
|
Het jaar dat je 64 wordt
|
10%
|
8,5%
|
Ja
|
|
Het jaar dat je 65 wordt
|
2%
|
2%
|
Ja
|
|
Het jaar dat je 66 wordt
|
2%
|
2%
|
Ja
|
|
Het jaar dat je 67 wordt
|
1%
|
1%
|
Ja
|
Vanaf 2013 kan een persoon die bij aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt al in aanmerking komen voor de werkbonus van maximaal € 2.350
Terug
2.3. Van spaarloon en levensloop naar vitaliteitssparen
2.3.1. Afschaffing levensloopregeling per 2012
De levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. De levensloopregeling in het kort: op grond van de levensloopregeling kan een werknemer een bedrag van maximaal 12% van zijn brutoloon per jaar sparen, met een totale aanspraak op extra verlof van maximaal 2,1 jaar. De stortingen zijn aftrekbaar in de loonbelasting. De opname is alleen mogelijk voor financiering van verlof en is belast met loonbelasting. Daarnaast kan de werknemer een levensloopverlofkorting van maximaal € 201 per jaar genieten.
De levensloopregeling wordt per 2013 afgeschaft terwijl verdere inleg vanaf 1 januari 2012 al niet meer mogelijk is. Er geldt echter wel een overgangsregeling die in de tweede nota van wijziging nog stevig is aangepast.
Belangrijk is dat werknemers die op 31 december 2011 al een saldo hebben opgebouwd van € 3.000 of meer, toch gewoon aan de levensloopregeling kunnen blijven deelnemen. Zij kunnen zo dus toch nog via die levensloopregeling een potje (blijven) opbouwen voor onbetaald verlof, máár ook voor het effectief eerder stoppen met werken. Zij kunnen dan alleen geen levensloopverlofkorting meer verder opbouwen. Voor een uitgebreidere samenvatting van het voorgestelde overgangsrecht verwijzen wij u naar.ons artikel Tweede leven voor levensloopregeling elders op onze site.
Terug
2.3.2. Afschaffing spaarloonregeling per 2012
De spaarloonregeling wordt per 2012 afgeschaft. Vanaf 2012 is het dan ook niet langer mogelijk om maximaal € 613 per jaar fiscaal vriendelijk te sparen. Opgebouwde rechten worden geëerbiedigd.
Het opgebouwde vermogen kan in het jaar 2012 in beginsel zonder fiscale gevolgen worden opgenomen, maar de deelnemers die hun tegoed laten staan en zich aan de voorwaarden van de spaarloonregeling houden, kunnen op grond van de overgangsregeling gebruik blijven maken van de vrijstelling voor spaarloon in box 3. In dat geval wordt het tegoed jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. De huidige deblokkeringsmogelijkheden blijven bestaan.
Terug
2.3.3. Vitaliteitssparen
Met de nieuwe spaarfaciliteit ‘vitaliteitssparen’ wil het kabinet burgers meer vrijheid en verantwoordelijkheid geven hun carrière zelf vorm te geven. Vitaliteitssparen is een regeling in de inkomstenbelasting en is – in tegenstelling tot de spaarloon- en levensloopregeling (!) – niet alleen toegankelijk voor werknemers, maar ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting (waaronder zzp’ers) en zogenoemde resultaatgenieters.
Het fiscaal voordelig sparen houdt in dat de stortingen fiscaal aftrekbaar in box 1 zijn en dat de belastingheffing pas plaatsvindt bij de opname van het tegoed. Daarnaast wordt het (forfaitaire) rendement over het opgebouwde tegoed niet belast in box 3.
U mag via deze regeling maximaal in totaal € 20.000 (bruto) fiscaal voordelig opbouwen, met een jaarlijkse maximuminleg van € 5.000.
Er gelden geen beperkingen voor het opnemen en aanwenden van het vitaliteitspaartegoed. Tot en met 61 jaar mag u onbeperkt opnemen. Vanaf het jaar dat een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, geldt echter een beperking van het maximaal jaarlijks op te nemen bedrag van € 10.000.
|
Voorbeeld
|
|
Ondernemer A wil fiscaal gunstig sparen voor een wereldreis. Hij besluit 3 jaar lang € 5.000 te storten via vitaliteitssparen. Die jaarlijkse storting van € 5.000 is in de aangifte inkomstenbelasting aftrekbaar van het inkomen in box 1. Daarnaast hoeft A het opgebouwde, nog niet opgenomen, tegoed niet in box 3 aan te geven.
|
Terug
2.3.4. Een plaatje

Bron: Informatieblad Vitaliteitregeling Ministerie van Financiën.
Terug
2.4. Verlaging drempel aftrek scholingsuitgaven
Om scholing extra te stimuleren en via deze weg te komen tot een beter inzetbare beroepsbevolking, halveert het kabinet - per 1 januari 2013 - de drempel voor aftrek van scholingsuitgaven in box 1 naar € 250.
Terug
3. Kindregelingen
Zoals in het Regeer- en gedoogakkoord al was aangekondigd, wordt het stelsel van de kindregelingen op enkele punten aangepast.
De aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen voor wie geen kinderbijslag of studiefinanciering wordt genoten, wordt versoberd. De leeftijdsgrens hiervoor gaat van 30 naar 21 jaar.
De leeftijdsgrens voor de aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten wordt verlaagd van 27 naar 21 jaar. Dit betreft een verruiming van de aftrek weekenduitgaven voor gehandicapten, waardoor er toch aftrek blijft bestaan voor uitgaven voor gehandicapten die ouder dan 20 jaar maar jonger dan 27 jaar zijn.
Anders dan in het Regeerakkoord was aangegeven, blijft de leeftijdsgrens voor het inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting voor de inkomstenbelasting gehandhaafd op 16 jaar.
De leeftijdsgrens die geldt voor het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt verlaagd van 27 naar 18 jaar (in plaats van de aangekondigde 12 jaar).
Het recht op het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting vanaf 2012 wordt toegekend op basis van de leeftijd van het jongste kind. Dat betekent een verruiming. Nu wordt nog aangesloten bij de leeftijd van alle kinderen.
Er is een uitzondering op de afbouw van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner in gezinnen met kinderen tot 6 jaar en voor belastingplichtigen geboren voor 1 januari 1972. Deze uitzondering wordt in drie stappen afgebouwd in de kalenderjaren 2012 tot en met 2014.
De verhoging van het heffingsvrij vermogen in box 3 voor minderjarige kinderen van € 2.799 per kind (de kindertoeslag), komt per 2012 te vervallen.
Terug
4. Fraudebestrijding
De volgende maatregelen worden voorgesteld om belastingfraude tegen te gaan.
4.1. Vergrijpboete na verzuimboete
Sinds 1 juli 2009 is voor alle bestuurlijke boeten wettelijk vastgelegd dat er voor hetzelfde feit niet twee keer een boete kan worden opge-legd. Daarbij heeft de wetgever zicht laten leiden door het zoge-naamde ne-bis-in–idem beginsel.
Dat betekent in belastingzaken dat wanneer na het opleggen van een verzuimboete blijkt dat sprake is van opzet of grove schuld er niet een vergrijpboete kan worden opgelegd. Daarom stelt het kabinet nu voor om het opleggen van een vergrijpboete na een verzuimboete wel mogelijk te maken als sprake is van nieuwe bezwaren. Daarbij denkt het kabinet niet in strijd te handelen met het ne-bis-in-idem beginsel. Zo wordt ook de eerder opgelegde verzuimboete verrekend met de opgelegde vergrijpboete.
Terug
4.2. Verbreding ANPR-acties (flitsauto’s)
Op dit moment kan de fiscus bij handhavingsacties op basis van voertuigherkenning of automatische nummerplaatherkenning (ANPR-acties) een bestuurder alleen verplichten zijn voertuig tot stilstand te brengen, als er sprake is van een onbetaald gebleven naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Die mogelijkheid wordt uitgebreid tot alle belastingaanslagen. Daarop moet dan wel al een dwangbevel zijn betekend, waarop vervolgens niet is betaald.
Terug
4.3. Verhoging boetes toeslagen
Fraude en misbruik bij toeslagen moet stevig worden aangepakt, vindt het kabinet. Daarom moeten er ook hogere boetes kunnen worden opgelegd. De boetes die nu worden opgelegd, zijn (veel) lager dan fiscale boetes en dat zou gestroomlijnd moeten worden.
Daarom komt het kabinet nu met drastische verhogingen. Zo wordt de maximale boete, voor het niet of niet tijdig verstrekken van gegevens en inlichtingen door de belanghebbende, zijn partner en medebewoners en/of derden (bijvoorbeeld een kinderopvanginstelling), verhoogd van € 1.500 naar € 4.920.
Is het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner te wijten dat er geen, onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt, dan is het zelfs mogelijk om een (vergrijp)boete op te leggen die tot 100% van het terug te vorderen bedrag kan oplopen (zonder een absoluut maximum). Voor derden gaat per overtreding een maximumboete gelden van de vierde categorie, oftewel een boete van ten hoogste € 19.000 (cijfers 2011).
Terug
4.4. Aanpak Edelweissroute
De zogenoemde Edelweissroute is erop gericht zwart vermogen te verhullen en erfbelasting te ontlopen. Bij de Edelweissroute is sprake van belastingfraude. De executeur verzwijgt het zwarte vermogen van de erflater in de aangifte erfbelasting en voor de erfgenamen, al dan niet met een beroep op een ambtsgeheim of bankgeheim.
Pas nadat de navorderingstermijn - bij buitenlandse vermogensbestanddelen is die twaalf jaar - is verstreken, brengt hij de erfgenamen op de hoogte en geeft hij hun toegang tot het zwarte vermogen.
Op dit moment kan dan niet meer bij de erfgenamen erfbelasting nagevorderd worden, terwijl evenmin de executeur of de erfgenamen kunnen worden gestraft voor het onjuist doen van aangifte erfbelasting. Daar komt verandering in.
Erfgenamen worden verplicht om alsnog een juiste en volledige aangifte te doen zodra zij onjuistheden of onvolledigheden ontdekken, op het niet nakomen daarvan staat een boete;
In deze gevallen geldt geen maximale navorderingstermijn meer;
De executeur is niet langer bevoegd om aangifte erfbelasting te doen maar is daartoe verplicht.
Terug
4.5. Eén bankrekeningnummer
Het kabinet wil wat doen tegen uitbetalingsfouten, maar vooral ook het misbruik dat wordt gemaakt van rekeningnummers van belastingplichtigen/toeslaggerechtigden.
Daarom treft het kabinet de volgende maatregel:
Er zullen alleen nog teruggaven inkomstenbelasting, omzetbelasting, premie voor de volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet en van toeslagen worden uitbetaald op een bankrekening die op naam staat van de belanghebbende;
Behalve voor teruggaven omzetbelasting moet voor alle genoemde uitbetalingen gebruik worden gemaakt van éénzelfde bankrekeningnummer.
Afgezien van incassomaatregelen kan het bedrag dus niet op de rekening van een derde worden gestort. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de huurtoeslag. De invoering van deze maatregel wordt vooralsnog niet vóór 1 januari 2013 verwacht.
Terug
5. Nieuwe renteregeling
Het kabinet stelt nieuwe regels voor in het kader van heffingsrente en invorderingsrente.
5.1. Nieuwe regels heffingsrente
De regels voor de heffingsrente worden aangepast per 1 januari 2013. De naam verandert in belastingrente.
Voor de door u te betalen belastingrente wordt vanaf 2013 aangesloten bij 1 juli na afloop van het desbetreffende belastingjaar en niet bij 1 januari. Daartegenover staat dat de berekening van rente niet eindigt op de datum van aanslag, maar zich ook uitstrekt over de betalingstermijn van de belastingaanslag.
De Belastingdienst zal pas heffingsrente aan u vergoeden, als ze de belastingaanslag pas vaststelt na zes maanden na afloop van het belastingjaar en de Belastingdienst (te) lang heeft gedaan over deze vaststelling. Als norm geldt hierbij 13 weken voor de vaststelling van een (voorlopige) aanslag naar aanleiding van een aangifte en 8 weken naar aanleiding van een verzoek. Het moet dan wel gaan om een belastingaanslag die is vastgesteld conform de ingediende aangifte of het ingediende verzoek tot vaststelling van de belastingaanslag.
Rentevergoeding is niet aan de orde als de vastgestelde belastingaanslag afwijkt van het ingediende verzoek of de ingediende aangifte.
|
LET OP:
|
|
Er wordt geen rente vergoed als de belastingaanslag na bezwaar of een gerechtelijke procedure wordt verminderd of vernietigd.
|
Terug
5.2. Nieuwe regels invorderingsrente
Voor wat betreft het in rekening brengen van invorderingsrente door de ontvanger brengt de nieuwe renteregeling geen veranderingen met zich mee.
De door de ontvanger te vergoeden invorderingsrente wordt wél beperkt. In de nieuwe renteregeling zal de ontvanger – anders dan nu – geen rente vergoeden over een terugbetaling die het gevolg is van een herziening of vermindering van een reeds betaalde belastingaanslag.
De belastingplichtige die er (zelf) voor kiest – vooruitlopend op een procedure – de belastingaanslag te betalen, krijgt als hij in het gelijk wordt gesteld uiteraard nog wel de door hem te veel betaalde belasting terug. Maar hierover ontvangt hij geen rentevergoeding.
|
LET OP:
|
|
Er wordt géén invorderingsrente vergoed over een terugbetaling die het gevolg is van een herziening of vermindering van een reeds betaalde belastingaanslag.
|
Terug
6. Koopkrachtpakket
Door het streven naar een evenwichtig koopkrachtbeeld, worden een aantal heffingskortingen en tarieven aangepast. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste heffingskortingen, schijven en tarieven voor 2012 weergegeven.
|
|
stand
2011
|
mutatie 2012
|
stand
2012
|
|
Heffingskortingen
|
|
|
|
|
Algemene heffingskorting *
|
1.987
|
-/- € 13 (BP 2011) +indexeren + € 25 (BP 2012)
|
2.033
|
|
Arbeidskorting totaal lage inkomens
|
1.574
|
indexeren + € 10 (BP 2012)
|
1.611
|
|
afbouw arbeidskorting voor hoge inkomens
|
77
|
indexeren
|
79
|
|
Arbeidskorting laag
|
158
|
indexeren
|
161
|
|
Ouderenkorting
|
739
|
indexeren + € 10 (BP 2012)
|
762
|
|
Alleenstaande ouderenkorting
|
421
|
indexeren
|
429
|
|
Inkomensafh. combinatiekorting basis
|
780
|
indexeren + € 230 (BP 2012)
|
1.024
|
|
Inkomensafh. combinatiekorting totaal max.
|
1.871
|
indexeren + € 230 (BP 2012)
|
2.133
|
|
Opbouw inkomensafhankelijke combinatiekorting
|
3,80%
|
+ 0,2% (BP 2012)
|
4,00%
|
|
Alleenstaande-ouderkorting (basis)
|
931
|
indexeren
|
947
|
|
idem extra 4,3% van arbeidsinkomen met max.
|
1.523
|
indexeren -/- € 230 (BP 2012)
|
1.319
|
|
Jonggehandicaptenkorting
|
696
|
indexeren
|
708
|
|
|
|
|
|
|
Schijven en grenzen
|
|
|
|
|
Grens eerste schijf
|
18.628
|
indexeren
|
18.945
|
|
Grens tweede schijf geboren voor 1-1-1946
|
33.485
|
indexeren
|
34.055
|
|
Grens tweede schijf geboren 1-1-1946 of later
|
33.436
|
75% indexeren (BP2009)
|
33.863
|
|
Grens derde schijf
|
55.694
|
indexeren -/- € 150 (BP 2012)
|
56.491
|
|
|
|
|
|
|
Tarieven
|
|
|
|
|
Tarief eerste schijf < 65 jaar (totaal IB/PVV)
|
33,00%
|
+ 0,15% (BP 2011) -/- 0,05 (BP 2012)
|
33,10%
|
|
Tarief eerste schijf 65 jaar en ouder (totaal IB/PVV)
|
15,10%
|
+ 0,15% (BP 2011) -/- 0,05 (BP 2012)
|
15,20%
|
|
Tarief tweede schijf < 65 jaar (totaal IB/PVV)
|
41,95%
|
|
41,95%
|
|
Tarief tweede schijf 65 jaar en ouder (totaal IB/PVV)
|
24,05%
|
|
24,05%
|
* Mutatie + € 3 in 2013 (BP2012) en -/- € 39 in 2014 (BP2012)
Terug