Inloggen  |  UK  |  Fr  |  De
Zoeken:

Belastingplannen voor 2012: Auto en fiscus

Laatst gewijzigd: maandag 26 september 2011

Op Prinsjesdag heeft het kabinet de volgende vijf fiscale wetsvoorstellen ingediend.

  • Wetsvoorstel Belastingplan 2012
  • Wetsvoorstel Geefwet
  • Wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief
  • Wetsvoorstel Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen
  • Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012

De maatregelen die in de verschillende wetsvoorstellen zijn opgenomen moeten leiden tot een eenvoudiger stelsel, een bijdrage leveren aan het herstel van de overheidsfinanciën (door solide belastinginkomsten) en moeten belastingfraude bestrijden.

We hebben voor u de volgende uitsplitsing gemaakt:

Hieronder vindt u een samenvatting van de voorgestelde aanpassingen op het gebied van de fiscale autoregelingen.

1.

Inleiding

2.

Uitwerking Autobrief

 

2.1

Aanpassing CO2-schijfgrenzen in BPM, MRB en bijtelling loonbelasting/inkomstenbelasting

 

 

2.1.1.

Maatregelen BPM

 

 

2.1.2.

Maatregelen in de motorrijtuigenbelasting

 

 

2.1.3.

Maatregelen bijtelling auto van de zaak

 

2.2.

Bijtelling bestelauto’s

 

2.3.

Overige maatregelen uit Autobrief

 

 

2.3.1.

Gasvormige brandstoffen en biobrandstoffen

 

 

2.3.2.

Voor groen gas / aardgas geschikte auto’s

3.

Aanpassingen in Overige fiscale maatregelen

 

3.1.

BPM

 

 

3.1.1.

Toepassing forfaitaire tabel in binnenlandse situaties

 

 

3.1.2.

Vergunning aangifte per tijdvak

 

 

3.1.3.

BPM-heffing omgebouwde motorrijtuigen

 

 

3.1.4.

Buitenlandse leaseauto’s

 

3.2.

Motorrijtuigenbelasting

 

 

3.2.1.

Houderschapssystematiek autobussen

 

 

3.2.2.

Minimumbedrag teruggaaf en heffing bij kort tijdvak

 

 

3.2.3.

Minimumbedrag heffing bij tariefwijzigingen

 

LET OP:

Niet alle wijzigingen zullen per 1 januari 2012 ingaan en ook niet alle wijzigingen hebben een structureel karakter. Daarnaast zullen er vast en zeker wel de nodige aanpassingen en aanvullingen in de wetsvoorstellen volgen in de komende maanden.

Zoals u van ons gewend bent houden wij u vanzelfsprekend op de hoogte van de verdere ontwikkelingen in de komende maanden.

 

1. Inleiding

Ook dit jaar worden er weer de nodige wijzigingen voor gesteld op het gebied van de autoregelingen. Een groot deel van de wijzigingen betreft een uitwerking van de zogenaamde Autobrief die de staatssecretaris op 1 juni 2011 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. Deze zijn opgenomen in het wetsvoorstel Uitwerking Autobrief. Een samenvatting van deze voorstellen vindt u onder 2. Daarnaast wordt een aantal wijzigingen voorgesteld in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012. Deze voorgestelde wijzigingen vindt u onder 3.

Terug

2. Uitwerking Autobrief

In de autobrief schenkt de staatssecretaris vooral aandacht aan de manier waarop de stimulans van het gebruik van (zeer) zuinige auto’s in de toekomst moet worden vormgegeven. Daarnaast wordt ook ingegaan op andere specifieke onderwerpen. Zo besteedt de staatssecretaris expliciet aandacht aan de mogelijke alternatieven in het kader van de bijtelling bij bestelauto’s. Het eerste resultaat van de wettelijke uitwerking is het wetsvoorstel Uitwerking Autobrief. Hieronder vindt u een samenvatting van de voorgestelde wijzigingen.

Terug

2.1. Aanpassing CO2-schijfgrenzen in BPM, MRB en bijtelling LB/IB

Uit onderzoek is gebleken dat het percentage zeer zuinige personenauto’s in 2010 is opgelopen tot 25 procent. Bij handhaving van het huidige systeem verwacht men dat in 2015 zelfs 62 procent van de auto’s een zeer zuinige auto is. Dat is minder goed voor onze toch al niet zo best gevulde schatkist en de huidige CO2-grenzen zijn wellicht aan een aanscherping toe. Juist dat laatste wordt nu voorgesteld.

De in dit wetsvoorstel opgenomen maatregelen die betrekking hebben op de BPM (belasting op personenauto's en motorrijwielen), de MRB (motorrijtuigenbelasting) en de bijtelling LB/IB (Loonbelasting / Inkomstenbelasting) hebben we kort samengevat in het hierna opgenomen kader.

Samenvatting maatregelen BPM, MRB en bijtelling LB/IB

BPM

*

De CO2-schijfgrenzen worden jaarlijks per 1 januari neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). Tot 1 juli 2012 is de tariefstructuur zoals beschreven in het Belastingplan 2011 van toepassing. In dit wetsvoorstel worden de CO2-schijfgrenzen voor de jaren tot en met 2015 vastgelegd.

*

De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015.

*

De vaste dieseltoeslag wordt met ingang van 1 juli 2012 vervangen door een CO2-gerelateerde dieseltoeslag. Deze toeslag wordt dan ook met ingang van die datum verschuldigd en zal tot en met 2015 jaarlijks worden bijgesteld.

MRB

*

De vrijstelling van de MRB voor zeer zuinige auto’s vervalt per 1 januari 2014 voor zowel nieuwe als bestaande personenauto’s. Hierdoor zal de MRB vanaf 2014 alleen nog op gewicht gebaseerd zijn.

*

Tot 1 januari 2014 gelden de huidige CO2-vrijstellingsgrenzen (benzine 110 gr/km, diesel 95 gr/km).

*

Personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km zullen tot en met 2015 worden vrijgesteld.

Bijtelling loonbelasting/inkomstenbelasting

 

Tot 1 juli 2012 blijven de huidige CO2-grenzen voor het 14%-bijtellingspercentage en het 20%-bijtellingspercentage van toepassing.

 

Deze grenzen worden jaarlijks per 1 januari voor het 14%-tarief en het 20%-tarief neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). In dit wetsvoorstel wordt dit voor de jaren tot en met 2015 vastgelegd.

 

De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015.

 

De grens voor het 14%-bijtellingspercentage blijft overeenkomen met de vrijstellingsgrens in de BPM. Het 20%-bijtellingspercentage is uiteindelijk in 2015 van toepassing op alle auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 110 gr/km.

 

Auto’s houden een verlaagd bijtellingspercentage voor een periode die gelijk is aan de gebruikelijke leaseperiode, rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Aan het eind van een periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.

 

Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende de gebruikelijke leaseperiode een bijtellingspercentage van nihil.

 

Terug

2.1.1. Maatregelen BPM

Voor een samenvatting van de voorgestelde maatregelen verwijzen wij u naar de samenvatting onder 2.1. De daar geschetste maatregelen leiden voor de BPM tot de volgende voor de eerstkomende jaren voorgestelde grenzen:

Ontwikkeling BPM zuinigheidsgrenzen per schijf, 2011-2015

Diesel

 

2011

2012
1 jan.

2012
1 juli

2013

2014

2015

Vrijgesteld

<96

<96

<92

<89

<86

<83

1e schijf

96-155

96-155

92-143

89-131

86-120

83-110

2e schijf

156-232

156-232

144-211

132-192

121-175

111-160

3e schijf

>232

>232

212-225

193-215

176-197

161-180

4e schijf

nvt

nvt

>225

>215

>197

>180

Overig

 

2011

2012
1 jan.

2012
1 juli

2013

2014

2015

Vrijgesteld

<111

<111

<103

<96

<89

<83

1e schijf

111-180

111-180

103-159

96-140

89-124

83-110

2e schijf

181-270

181-270

160-237

141-208

125-182

111-160

3e schijf

>270

>270

238-242

209-229

183-203

161-180

4e schijf

nvt

nvt

>242

>229

>203

>180

Zoals uit de voorgaande tabellen 1 en 2 blijkt zijn in 2015 alle grenzen en schijflengtes voor benzine en diesel gelijk.

Voor de BPM geldt een vaste toeslag voor dieselauto’s ter compensatie van het accijnsvoordeel dat een dieselauto geniet. Deze wordt met ingang van 1 juli 2012 omgezet in een CO2-afhankelijke dieseltoeslag. De CO2-afhankelijke dieseltoeslag gaat uit van een tarief per gram CO2-uitstoot boven de 70 gr/km. Het tarief neemt geleidelijk toe van € 40 per gr/km in 2012 tot € 80 per gr/km in 2015 (prijzen 2011).

Uit vorenstaande blijkt dat in 2015 voor een dieselauto met een CO2-uitstoot van minder dan 83 gr/km een vrijstelling geldt voor de basis-BPM. Is de CO2-uitstoot in dat geval echter wel meer dan 70 gr/km, dan geldt nog wel de dieseltoeslag.

Tariefstelling BPM diesel en overige brandstoffen in € per gram CO2 per schijf, 2011-2015

 

2011

2012
1 jan.

2012
1 juli

2013

2014

2015

Vrijgesteld

0

0

0

0

0

0

1e schijf

61

94

101

122

101

88

2e schijf

202

280

121

145

121

106

3e schijf

471

654

223

270

228

205

4e schijf

nvt

nvt

559

539

456

411

Terug

 

2.1.2. Maatregel MRB

Voor een samenvatting van de voor de MRB voorgestelde maatregelen verwijzen wij u naar de samenvatting onder 2.1.

Terug

 

2.1.3. Maatregelen bijtelling LB/IB

Voor een samenvatting van de voorgestelde maatregelen verwijzen wij u naar de samenvatting onder 2.1. De daar geschetste maatregelen leiden voor de bijtelling in de loonbelasting en inkomstenbelasting tot de volgende voor de eerstkomende jaren voorgestelde grenzen:

Bijtelling LB/IB afhankelijk van CO2-uitstoot 2011-2015 (in gr/km)

 

2011

2012
1 jan

2012
1 juli

2013

2014

2015

Diesel

 

 

 

 

 

 

0% bijtelling*

 

<51

<51

<51

<51

<51

14% bijtelling

<96

51-96

51-92

51-89

51-86

51-83

20% bijtelling

96-116

96-116

92-114

89-112

86-111

83-110

25% bijtellling

>116

>116

>114

>112

>111

>110

 

 

 

 

 

 

 

Overig

 

 

 

 

 

 

0% bijtelling*

0

<51

<51

<51

<51

<51

14% bijtelling

1-111

51- 111

51-103

51-96

51-89

51-83

20% bijtelling

111-140

111-140

103-132

96-124

89-117

83-110

25% bijtelling

>140

> 140

>132

>124

>117

>110

*) De nihil-bijtelling geldt ‘slechts’ tot en met 2015.

Aanscherping termijn
Auto’s houden een verlaagd bijtellingspercentage voor een periode van 60 maanden, gerekend vanaf het moment dat het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld. Aan het eind van die periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een periode van 60 maanden voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.

Voor auto’s van voor 1 juli 2012 blijft het oude regime van toepassing zolang de auto ook na 1 juli 2012 aan dezelfde belastingplichtige ter beschikking staat. In dat geval blijft de verlaging van de bijtelling van vóór de aanscherping van de CO2-uitstootgrenzen op 1 juli 2012 van toepassing.

Verruiming grens nihilpercentage
Nu geldt het nihilpercentage alleen nog voor auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km (de zogenaamde nulemissieauto’s, bijvoorbeeld volledig elektrische auto’s). De termijn is vooralsnog beperkt tot en met 2014.

Voorgesteld wordt om dat nihilpercentage vanaf 1 januari 2012 ook te laten gelden voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km. Daarnaast wordt voorgesteld om de termijn op te rekken tot en met 2015.
Ook hier weer geldt dat men aansluit bij de periode die gelijk is aan de gebruikelijke leaseperiode, rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld.

Voorbeeld

Schaft men op 31 december 2015 een Opel Ampera (<50gr/km CO2-uitstoot) aan (op kenteken gezet op 31 december 2015), dan heeft men tot 31 december 2020 een nihilbijtelling.

Voor nulemissieauto’s die al vóór 1 januari 2012 zijn aangeschaft, wordt de nihilbijtelling uitgebreid tot en met 2016 zodat de gebruikers van deze auto’s nooit slechter af kunnen zijn dan auto’s die onder het nieuwe regime vallen.

Terug

2.2. Bijtelling LB/IB bestelauto’s

De staatssecretaris wil in overleg met het bedrijfsleven komen tot een alternatieve regeling voor de bijtelling privégebruik bestelauto’s, waarbij een rittenregistratie niet langer nodig is. Ook het kabinet wil wat doen aan de (groeiende) ergernis over de rittenregistratie die vaak nodig is om geen bijtelling te krijgen.
De budgettaire effecten worden hierbij natuurlijk niet uit het oog verloren. Er wordt over verschillende varianten gesproken. De Autobrief beschrijft een aantal van deze varianten. Eén daarvan kan volgens het kabinet al per 1 januari 2012 worden ingevoerd, namelijk de (gezamenlijke) ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik’.

Met een (gezamenlijke) verklaring wordt aangegeven dat met de bestelauto geen enkele kilometer privé wordt gereden. In dat geval hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden. Controle vindt plaats met behulp van ambulant toezicht. Denk daarbij aan de vele camera’s her en der en ‘flitsauto’s’.

LET OP

De (gezamenlijke) verklaring is dus zeker geen vrijbrief.

Sterker nog, omdat hier – in tegenstelling tot de ‘gewone’ verklaring geen privé-gebruik – sprake is van een gezamenlijke verklaring, zal de fiscus waarschijnlijk eerder bij de werkgever aankloppen en minder snel bij de werknemer, wanneer de auto wél privé wordt gebruikt.

Voorlopig gaat de (gezamenlijke) ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik’ gelden naast de al voor bestelauto’s bestaande bijzondere mogelijkheden om onder de bijtelling uit te komen (1. verbod door de werkgever; 2. ‘achter het hek auto’; 3. eindheffing bij afwisselend gebruik en 4. vereenvoudigde kilometerregistratie).

Mogelijk zal er in de toekomst ook weer een gestaffeld bijtellingssysteem komen aan de hand van geautomatiseerde rittenregistraties. Daarvoor moet echter nog een pilot worden opgestart.

TIP

Misschien hoeft voor uw bestelauto helemaal geen vaste bijtelling te worden gerekend. Dat is het geval wanneer uw bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Er zijn al verschillende uitspraken bekend waarin de Belastingdienst aan het kortste eind trok.

 

Terug

2.3. Overige maatregelen uit Autobrief

2.3.1. Gasvormige brandstoffen en biobrandstoffen

Gasvormige brandstoffen
Gasvormige motorbrandstoffen zoals LPG en CNG worden in de ac-cijns en energiebelasting zeer laag belast ten opzichte van producten als benzine en diesel, terwijl hier vanuit milieuoogpunt steeds minder rechtvaardiging voor is.
Daarom stelt het kabinet voor om het accijnstarief op LPG in twee stappen (per 1 januari 2012 en 1 januari 2013) te verhogen.
Daarnaast wordt het tarief van de energiebelasting voor aardgas dat via een aansluiting aan een CNG-vulstation wordt geleverd in twee stappen (ook per 1 januari 2012 en 1 januari 2013) verhoogd.

Biobrandstoffen
De nu al bestaande mogelijkheid van gedeeltelijke teruggaaf van accijns voor E85 wordt van toepassing op andere duurzaam geproduceerde biobrandstoffen dan wel mengsels van duurzaam geproduceerde biobrandstoffen en fossiele brandstoffen, waarvan de energie-inhoud lager is dan die van de gelijkwaardige motorbrandstof en die voldoen aan daarvoor gestelde richtlijnen.

Terug

2.3.2. Voor groen gas / aardgas geschikte auto’s

Nu wordt een aardgasauto voor de BPM nog belast als een dieselauto. Daardoor valt de BPM voor een aardgasauto hoger uit dan voor een benzineauto of een LPG-auto.
Met ingang van 1 juli 2012 zullen de CO2-grenzen en -tarieven voor benzineauto’s ook van toepassing zijn op de aardgasauto’s waarvan de aardgasinstallatie al in de fabriek is ingebouwd.

Het is echter niet de bedoeling dat de totale belastingdruk op deze auto’s daalt. Daarom geldt ter compensatie in de MRB voor deze auto’s de LPG-toeslag die van toepassing is op auto’s met een zogenoemde LPG-3-installatie.
Daarnaast wordt gestreefd naar een garantie van de branche dat bij Nederlandse tankstations nagenoeg uitsluitend groen gas in plaats van aardgas wordt aangeboden.

Terug

3. Aanpassingen in Overige fiscale maatregelen 2012

Zoals al in de inleiding is opgemerkt zijn niet alle voorgestelde wijzigingen opgenomen in Wetsvoorstel uitwerking Autobrief. Hierna schetsen wij de in het Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012 voorgestelde wijzigingen.

3.1. BPM

3.1.1. Toepassing forfaitaire tabel in binnenlandse situaties

Bij de eerste tenaamstelling van een auto in Nederland wordt Belasting op Personenauto’s (BPM) geheven over de netto catalogusprijs (de catalogusprijs exclusief alle belastingen, dus ook exclusief de btw).

Voor (gebruikte) auto’s die worden geïmporteerd zou het niet terecht zijn om uit te gaan van de catalogusprijs. De werkelijke individuele waarde van die auto’s zal immers in het algemeen lager zijn dan die catalogusprijs.
Daarom is in de Nederlandse regelgeving een forfaitaire afschrijvingstabel opgenomen. Als gevolg van Europese rechtspraak is die forfaitaire afschrijvingstabel optioneel en geldt als hoofdregel dat kan worden aangesloten bij de (werkelijke) individuele waarde.

Ook in binnenlandse situaties kan het voorkomen dat er pas later BPM verschuldigd is. Denkt u bijvoorbeeld aan de situatie dat een ondernemer een bestelauto binnen vijf jaar verkoopt aan een particulier. Op dat moment wordt niet meer aan de voorwaarden voldaan en moet er alsnog BPM betaald worden over de bestelauto.
Gebleken is dat men ook in deze binnenlandse situaties wil aansluiten bij de individuele waarde, met alle bewijsperikelen vandien. Daarom zal nu expliciet worden bepaald dat de belasting of een vermindering of teruggaaf van de belasting voor binnenlandse gebruikte auto’s wordt vastgesteld aan de hand van de forfaitaire afschrijvingstabel.

3.1.2. Vergunning aangifte per tijdvak

Ondernemers die regelmatig voor een ander om een kenteken vragen, kunnen op verzoek in aanmerking komen voor een vergunning om de belasting achteraf per tijdvak te voldoen. Deze vergunning wordt zowel verleend aan importeurs van nieuwe auto’s als aan importeurs van gebruikte auto’s.

Als die laatstgenoemde importeurs BPM-aangifte wensen te doen op basis van de individuele waarde van de voertuigen, kan dat extra problemen opleveren bij de controle van de waardebepaling. Daarom is het voor de inspecteur mogelijk om extra voorwaarden te stellen. Voldoet men niet aan die voorwaarden, dan kan men alleen de vergunning krijgen wanneer men gebruik maakt van het forfaitaire afschrijvingssysteem.

3.1.3. BPM-heffing omgebouwde motorrijtuigen

De BPM is niet alleen verschuldigd bij eerste registratie van een personenauto, een motorrijwiel of een bestelauto. Ook bij registratie van, of aanvang van het gebruik van de weg met een eerder geregistreerd motorrijtuig dat daarna is omgebouwd tot personenauto, motorrijwiel of bestelauto is BPM verschuldigd.

In dit wetsvoorstel wordt nu expliciet bepaald dat in geval van een dergelijke ombouw de eerder voor een motorrijtuig betaalde belasting wordt verrekend. Er wordt alleen belasting geheven voor zover de belasting na ombouw hoger is dan de belasting zoals die voor dat motorrijtuig gold vóór ombouw. Daarbij kan er geen teruggaaf plaatsvinden, omdat het te verrekenen bedrag wordt gemaximaliseerd tot het bedrag van de verschuldigde belasting. Daarnaast wordt expliciet geregeld dat de door de ombouw van een al in Nederland geregistreerd gebruikt motorrijtuig verschuldigde BPM wordt berekend met toepassing van de forfaitaire afschrijvingstabel.

3.1.4. Buitenlandse leaseauto’s

Op grond van de hoofdregel is voor auto’s die vanuit een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld aan een inwoner van Nederland, BPM verschuldigd vóór de aanvang van het gebruik van de weg in Nederland. Vervolgens wordt bij beëindiging van het gebruik in Nederland onder voorwaarden teruggaaf verleend van het gedeelte van de belasting, dat kan worden toegerekend aan de periode na beëindiging van het gebruik in Nederland.

In reactie op Europese rechtspraak wordt nu wettelijk geregeld, dat voor een in andere EU-lidstaat of EER-staat geregistreerde leaseauto – onder voorwaarden – direct bij de aangifte BPM de teruggaaf bij export wordt verrekend. Daardoor hoeft dus per saldo alleen de BPM betaald te worden die betrekking heeft op de gebruiksperiode in Nederland. Er geldt daarbij wel een maximale overeengekomen huurperiode van vier jaar. Wordt een langere huurperiode overeengekomen of geen einddatum genoemd, dan valt men terug op de hoofdregel.

3.2. Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994

3.2.1. Houderschapssystematiek autobussen

Voor autobussen wordt de belasting tot op heden geheven voor het rijden op de weg met een autobus. Daar komt verandering in. Voortaan zal net als bij andere voertuigen belasting worden geheven voor het houden van het motorrijtuig.

3.2.2. Minimumbedrag teruggaaf en heffing bij kort tijdvak

Als binnen een tijdvak een voertuig van eigenaar verandert, dan wordt de teveel dan wel te weinig in het tijdvak betaalde belasting, teruggegeven respectievelijk alsnog geheven. Voor de teruggave bestond al een minimum bedrag van € 5. Datzelfde minimum gaat nu ook gelden voor de heffing.

3.2.3. Minimumbedrag heffing bij tariefwijzigingen

Wijzigingen van de tarieven van de motorrijtuigenbelasting gelden met ingang van het eerste tijdvak (van drie maanden) dat aanvangt na de inwerkingtreding van de wijziging. Heeft men voor een jaar vooruit betaald, dan wordt voor de nog niet aangevangen tijdvakken een correctie toegepast. Voor de teruggave bestond al een minimum bedrag van € 10. Datzelfde minimum gaat nu ook gelden voor de heffing.


                                                                                               
Geplaatst in: Nieuws, Algemeen

Vestigingen

Alkmaar Amsterdam Harlingen Groningen Assen Sneek Joure Wolvega Drachten Stadskanaal Emmen Hardenberg Ootmarsum Oldenzaal Almelo Dalfsen Zwolle Raalte Deventer Lochem Winterswijk Emmeloord Urk Dronten Ulft Doetinchem Zevenaar Arnhem Elst Nijmegen Spakenburg Ede Maastricht Brunssum Zeist Houten Geldermalsen Den Bosch Uden Helmond Eindhoven Valkenswaard Diessen/Hilvarenbeek Amersfoort Roermond Etten-Leur Katwijk Den Haag Zeewolde Harderwijk Zwaagdijk-Oost Schagen Heerhugowaard IJmond Haarlem Hoofddorp Aalsmeer Mijdrecht Lisse Roelofarendsveen Alphen aan den Rijn Woerden Ridderkerk Naaldwijk Bleiswijk Zoetermeer Venlo Bergen (L) Deurne Almere Boskoop Haaksbergen Groenlo Lichtenvoorde

ad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kies uw vestiging

GIBO Groep Accountants en Adviseurs
Als je bedrijf je leven is

Hoofdkantoor:
GIBO Groep Arnhem
Meander 261, 6825 MC
Telefoon (026) 354 26 00

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief

Heeft u vragen?
Neem contact met ons op.
Vraag hier brochures/folders over onze dienstverlening aan.
Contact met één van onze 60 vestigingen.