Op Prinsjesdag heeft het kabinet de volgende vijf fiscale wetsvoorstellen ingediend.
-
Wetsvoorstel Belastingplan 2012
-
Wetsvoorstel Geefwet
-
Wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief
-
Wetsvoorstel Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen
-
Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012
De maatregelen die in de verschillende wetsvoorstellen zijn opgenomen moeten leiden tot een eenvoudiger stelsel, een bijdrage leveren aan het herstel van de overheidsfinanciën (door solide belastinginkomsten) en moeten belastingfraude bestrijden.
We hebben voor u de volgende uitsplitsing gemaakt:
Hieronder vindt u een samenvatting van de voorgestelde Geefwet.
|
LET OP:
|
|
Niet alle wijzigingen zullen per 1 januari 2012 ingaan en ook niet alle wijzigingen hebben een structureel karakter. Daarnaast zullen er vast en zeker wel de nodige aanpassingen en aanvullingen in de wetsvoorstellen volgen in de komende maanden.
|
|
Zoals u van ons gewend bent houden wij u vanzelfsprekend op de hoogte van de verdere ontwikkelingen in de komende maanden.
|
1. Inleiding
In de Geefwet wordt een pakket maatregelen voorgesteld om vrijgevigheid van particulieren en organisaties te stimuleren en om eventuele belemmeringen weg te nemen. Ook wil de overheid het commercieel (cultureel) ondernemerschap stimuleren en krijgen goede doelen meer mogelijkheden om commerciële activiteiten te ontplooien zonder dat dit tot verlies of niet-toekenning van hun ANBI-status leidt. De beoogde ingangsdatum van deze maatregelen is 1 januari 2012.
2. Meer commerciële activiteiten voor ANBI’s toegestaan
Er zijn in Nederland veel stichtingen en verenigingen die zich inzetten voor het goede doel. Bij een inzet van minimaal 90% voor een algemeen nuttig doel, kan de Belastingdienst zo’n organisatie officieel aanmerken als een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Deze instellingen kunnen daardoor toegang krijgen tot een aantal fiscale faciliteiten.
De uitoefening van commerciële activiteiten staat in beginsel niet langer in de weg aan het verkrijgen of behouden van de ANBI-status. Zo krijgen ANBI’s meer mogelijkheden om zelf inkomsten te genereren. De opbrengsten van de commerciële activiteiten dienen dan wel ten goede te komen aan het algemeen nuttige doel.
3. Stimulering (cultureel) ondernemerschap
Om het commercieel (cultureel) ondernemerschap, bij ondermeer ANBI’s en SBBI’s (sociaal belang behartigende instellingen), te stimuleren en te faciliteren, worden de volgende maatregelen voorgesteld.
- Verhoging winstdrempel vennootschapsbelasting
De winstdrempel bij ANBI’s en SBBI’s wordt verdubbeld tot een bedrag van € 15.000 op jaarbasis, dan wel € 75.000 over het jaar zelf en de vier voorafgaande jaren tezamen. Verder vervalt de eis dat het algemeen of sociaal belang van die activiteiten op de voorgrond moet staan. Hierdoor ontstaat een generieke vrijstelling voor alle stichtingen en verenigingen met beperkt winstgevende ondernemingsactiviteiten.
- Keuzemogelijkheid integrale belastingplicht
Stichtingen en verenigingen die worden aangemerkt als culturele instellingen, krijgen de mogelijkheid om te kiezen voor integrale belastingplicht. Bij integrale belastingplicht kunnen die stichtingen en verenigingen tekorten uit het niet-ondernemingsgedeelte salderen met overschotten uit het ondernemingsgedeelte. Bij integrale belastingplicht geldt namelijk het gehele vermogen van de stichting of vereniging als ondernemingsvermogen.
Voorbeeld:
Een stichting die is aangemerkt als culturele instelling exploiteert een museum. Het museum zelf behoort tot het niet-ondernemingsvermogen; voor het museumdeel bestaat daardoor geen belastingplicht. De inkomsten (subsidies, giften, entreeprijzen) van het museum zijn ontoereikend om de kosten van het museum te dekken. Het museumdeel noteert dan ook exploitatietekorten. Om de kosten van het museum (onderhoud en de restauratie van de collectie schilderijen) te kunnen dekken, verwerft de stichting op diverse manieren inkomsten. Zo wordt binnen de stichting ook een museumwinkel en een horecagelegenheid geëxploiteerd. De exploitatietekorten van het museumdeel bedragen in een jaar € 30.000. De overschotten uit de horecagelegenheid en de museumwinkel bedragen in dat jaar samen € 60.000.
Zonder te opteren voor integrale belastingplicht wordt de stichting belast over € 60.000 als winst uit het ondernemingsgedeelte. Door gebruik te maken van de optie integrale belastingplicht kunnen de negatieve resultaten van het museumdeel worden gesaldeerd met de winsten van de winkel en de horecagelegenheid. In totaal bedraagt de fiscale winst van de stichting dan nog € 30.000.
Dit bedrag kan mogelijk (deels) worden ondergebracht onder de bestedingsreserve (zie volgende paragraaf), waardoor de stichting de feitelijke heffing over dat jaar kan terugbrengen tot nihil. Indien de stichting uit het voorbeeld een winst zou hebben gerealiseerd van € 15.000 of minder, zou gebruik kunnen worden gemaakt van de hiervoor besproken verhoging van de winstdrempel.
Het verzoek voor integrale belastingplicht kunt u richten aan de inspecteur. Integrale belastingplicht wordt door middel van een beschikking verleend. Deze geldt voor een periode van minimaal 10 jaar.
- Versoepeling herbestedingsreserve
Het is mogelijk dat culturele instellingen en andere stichtingen en verenigingen, waarbij bijvoorbeeld een sociaal belang op de voorgrond staat, ongewild geconfronteerd worden met belastingheffing. Dit zou zich kunnen voordoen wanneer zij overschotten in het ene jaar behalen, terwijl die bestemd zijn voor specifieke investeringen in een volgend jaar. Om belastingheffing over deze overschotten te voorkomen, kent de wet de mogelijkheid een herbestedingsreserve te vormen. De voorwaarden voor het vormen van een (her)bestedingsreserve worden versoepeld voor culturele instellingen en verenigingen en stichtingen, die een sociaal belang behartigen en die hun winst voor 70% behalen met behulp van vrijwilligers. Zij mogen hun winst voor belastingheffing reserveren in een bestedingsreserve. Deze gereserveerde winsten moeten dan binnen vijf jaar worden besteed.
Toevoeging van (een deel van) de winst aan de bestedingsreserve levert uitstel van de heffing van vennootschapsbelasting op. Wanneer de bestedingsreserve volledig wordt besteedt, kan dit zelfs tot afstel van belastingheffing leiden.
4. Verruiming giftenaftrek voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting
Maximale giftenaftrek
De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting wordt (tijdelijk) verruimd. De ondergrens van € 227 vervalt. Verder wordt het totale bedrag, dat per jaar als aftrekbare gift kan worden aangemerkt, verhoogd van maximaal 10% van de winst naar maximaal 50% van de winst, waarbij de totale aftrekbare gift niet meer mag bedragen dan € 100.000.
Multiplier
De aftrek wordt verhoogd met 50% (de zogenaamde ‘multiplier’) van het bedrag van de giften die zijn gedaan aan een culturele instelling, met een maximum van € 2.500. Dit betekent dat de verhoging van 50% wordt toegepast over maximaal € 5.000 van de aan dergelijke instellingen gedane giften.
Voorbeeld
Een BV heeft een winst van € 100.000. Onder de huidige giftenaftrek kwalificeert maximaal € 10.000 als aftrekbare gift.
Uitwerking huidige giftenaftrek: over de eerste € 227 geldt geen giftenaftrek. Bij een gift van € 10.000 bedraagt de aftrekbare gift dan € 9.773.
Uitwerking voorgestelde giftenaftrek: over de eerste € 5.000 geldt een giftenaftrek van 150% als de gift wordt gedaan aan een culturele instelling. Totale giftenaftrek bedraagt bij een gift van € 10.000 dan € 12.500 (€ 5.000 x 1,5 + € 5.000).
Vooralsnog geldt de multiplier voor een periode van vijf jaar.
5. Extra giftenaftrek aan culturele instellingen
Ter stimulering van de fondswerving door culturele ANBI’s wordt een (tijdelijke) multiplier in de giftenaftrek in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting voor giften aan culturele instellingen geïntroduceerd. Hierdoor mogen giften aan een dergelijke ANBI ten behoeve van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting onbegrensd worden vermenigvuldigd met een factor 1,5. Vooralsnog geldt de multiplier voor een periode van vijf jaar.
De giftenaftrek wordt niet verruimd ten gunste van SBBI’s. Daarmee blijft het onderscheid tussen ANBI’s en SBBI’s voor wat betreft de giftenaftrek bestaan. De aangekondigde inperking van de periodieke giftenaftrek voor verenigingen met tenminste 25 leden gaat echter niet door.
6. Aftrekbaarheid vrijwilligersvergoeding
Wanneer een vrijwilliger bij een goede doelen-organisatie werkt, ontvangt hij vaak een kostenvergoeding. Het gebeurt dat deze vrijwilliger vervolgens afziet van deze vergoeding. Daardoor wordt de vergoeding onder bepaalde voorwaarden opeens een gift aan de betreffende organisatie. Die voorwaarden staan vanaf nu in de Wet inkomstenbelasting.
De gift is voor de vrijwilliger aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
-
hij ziet af van de vrijwilligersvergoeding,
-
de organisatie verklaart dat de vrijwilliger recht heeft op de vergoeding,
-
de organisatie is bereid en in staat om de vergoeding uit te betalen,
-
hij kan aanspraak maken op die vergoeding en heeft de vrijheid daarover te beschikken.
7. Introductie negatieve giftenaftrek
Met ingang van 1 januari 2003 is de herroepelijke schenking (schenking onder ontbindende voorwaarde) geïntroduceerd. Bij een herroepelijke schenking behoudt de schenker zich het recht voor om een eenmaal gedane schenking in de toekomst geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken (te herroepen). Door de herroeping krijgt de schenker het geschonkene terug. Het belastingvoordeel dat de schenker in het jaar van de schenking heeft genoten doordat hij de schenking als gift in aftrek heeft gebracht, kan op grond van de huidige wet echter niet worden teruggenomen bij herroeping in een ander jaar.
Om misbruik tegen te gaan wordt de wet Inkomstenbelasting 2001 aangevuld. Op grond van dat nieuwe onderdeel wordt bij een schenking die als gift in aftrek is gebracht, bij herroeping of ontbinding van die schenking een bedrag ter grootte van het eerder in aftrek gebrachte bedrag als negatieve persoonsgebonden aftrekpost in aanmerking genomen.
8. Wettelijke invulling van het ANBI begrip
Om duidelijker te maken wat onder ‘algemeen nut’ wordt verstaan voor het ANBI-begrip, is de definitie daarvan nu in de Algemene wet inzake rijksbelastingen opgenomen. Daarnaast is duidelijk geformuleerd welke instellingen zich niet kunnen kwalificeren als ANBI. Een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een andere instelling waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden genomen, kunnen zich niet als ANBI kwalificeren.