maandag 13 april 2009
Dat beide partners samen werken in de onderneming is in het mkb eerder regel dan uitzondering. Dat er in die situatie door hen beiden – ook privé – in een zakelijke auto wordt rondgereden is ook niets bijzonders. In die situatie kan men te maken krijgen met een aftrekbeperking voor de autokosten (als het om IB-ondernemers gaat) dan wel met een bijtelling voor de loon- en inkomstenbelasting als het om werknemers gaat. Onder werknemer valt in dit verband ook de directeur groot aandeelhouder (dga) en zijn/haar in de onderneming werkzame partner.
Bijtelling verdeeld
Als beide partners ieder hun eigen zakelijke auto hebben krijgen zij vanzelfsprekend ieder te maken met de bijtelling die hoort bij de ter beschikking gestelde auto. Er valt echter een leuk fiscaal voordeel te behalen als de beide partners samen door de werkgever één personenauto ter beschikking wordt gesteld. De Hoge Raad besliste dat in deze situatie de bijtelling in redelijkheid worden verdeeld over de personen aan wie deze auto ter beschikking is gesteld.
Eerlijke verdeling
Twee zaken zijn met de beslissing van de Hoge Raad duidelijk geworden. In de geschetste situatie mag het forfait verdeeld worden, en hoeft deze bijtelling dus niet verplicht bij één van de twee partners (bijvoorbeeld de man of degene met het hoogste inkomen) te worden meegenomen. Verder is er geen manier voorgeschreven waarop deze verdeling plaats dient te vinden. De Hoge Raad besliste slechts dat de bijtelling naar redelijkheid moet worden verdeeld, en daar kunnen we nog alle kanten mee op. Een voor de hand liggende verdeling is die op basis van het aantal dagen of (kantoor) uren dat de auto aan ieder van de partners ter beschikking staat. Bij een vaste taak- en werkverdeling, met een bijbehorend vast werkpatroon is dit zeker een werkbare oplossing.
Werknemersfeer
Een alternatief is de verdeling aan de hand van het door ieder van de partners gereden aantal (privé-)kilometers. In die situatie dient er uiteraard een geloofwaardige rittenadministratie bijgehouden te worden. Hoewel dat zeker richting Belastingdienst niet onverstandig zou zijn, is in de rechtspraak beslist dat de afspraken omtrent de verdeling van het gebruik niet perse schriftelijk vastgelegd hoeven te worden: mondelinge afspraken kunnen volstaan. En het feit dat een directeur groot aandeelhouder zijn eigen personenauto ter beschikking stelt doet ook niet ter zake. Het is niet zo, aldus de rechter, dat dergelijke afspraken enkel te maken hebben met de relatie tussen de beide partners. Hoewel de hiervoor gemelde beslissing speelde in de werknemersfeer (weliswaar tussen de directeur grootaandeelhouder, zijn echtgenote en hun bv) is er geen reden om deze uitkomst niet van overeenkomstige toepassing te achten in het geval een onderneming door de beide echtelieden gedreven wordt (bijvoorbeeld in geval van een firma tussen de echtgenoten).
Tariefvoordeel
De verdeling van de bijtelling levert uiteraard enkel voordeel op indien één van de partners in een hogere tariefschijf valt dan de andere. Pas dan kan door de verdeling gebruik gemaakt worden van dit tariefvoordeel. Tenslotte nog een argument voor een mooie, grote, maar vooral dure auto: hoe duurder de auto, hoe hoger de bijtelling uitvalt, des te groter het mogelijk te behalen voordeel!