maandag 30 november 2009
De inmiddels beruchte tbs-regeling deed zijn intrede in de inkomstenbelasting in 2001. Berucht, omdat degene met tbs-inkomen het slechtste had (en heeft) van twee werelden. In de eerste plaats wordt tbs-inkomen (waartoe ook de winst bij verkoop wordt gerekend!) progressief (dus maximaal tegen een tarief van 52%!) belast, terwijl deze belastingplichtige – anders dan de ondernemer – op geen enkele wijze aanspraak kan maken op fiscale faciliteiten. In veel gevallen zou het dan ook verstandig zijn geweest om bij de invoering van deze nieuwe bepaling per 2001 afscheid te nemen van de tot dan toe bestaande tbs-situatie. Hierbij valt te denken aan de dga die onroerend goed verhuurt aan de eigen bv of de buiten gemeenschap van goederen met elkaar gehuwde echtelieden, waarvan de één vermogensbestanddelen verhuurt of verpacht aan de ander, die dit vermogen gebruikt in zijn of haar onderneming. In veel gevallen heeft men echter verzuimd in 2001 tijdig actie te ondernemen, of bleek het om andere redenen niet mogelijk om de bestaande situatie te wijzigen (bijvoorbeeld als gevolg van bestaande contractuele verhoudingen). Het gevolg daarvan was dat men in veel gevallen met de gebakken peren zat: een fiscale claim die jaarlijks alleen maar groter werd (als gevolg van de jaarlijkse waardegroei van het betreffende vermogensbestanddeel) en waarvan men geen afscheid kon nemen anders dan ten koste van een hoge belastingaanslag.
Nu de markt voor (zakelijk) onroerend goed – en wellicht ook voor andere vormen van vermogen – in een dip zit heeft men (hopelijk tijdelijk) de kans om fiscaal betrekkelijk goedkoop de tbs-situatie op te heffen, bijvoorbeeld door verkoop van het betreffende vermogensbestanddeel aan derden. In veel gevallen worden tot deze derden ook de meerderjarige kinderen van de ondernemer gerekend. Overdracht van onroerend goed kan in een dergelijke situatie een zeer interessante vorm van fiscale planning zijn. Alle reden dus om in deze moeilijke marktomstandigheden in actie te komen!